Sign. - Toepassing HKOV met betrekking tot een niet-verdragsstaat


De kinderen zijn door hun moeder ongeoorloofd vanuit Nigeria naar Nederland overgebracht. Het hof overweegt dat de weigeringsgronden van het HKOV, dat een wereldwijde werking beoogt te hebben, ook voor niet-verdragszaken analoog kunnen worden toegepast. De belangen van de kinderen worden in de beoordeling betrokken, overeenkomstig de bestendige jurisprudentie van het EHRM in kinderontvoeringszaken. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de belangen van een kind er in beginsel niet mee zijn gediend om ongeoorloofd door een ouder meegenomen te worden naar een ander land. In het land van de gewone verblijfplaats moet ten gronde worden beslist over het gezag over de kinderen en over de vraag waar zij zullen verblijven.
De vader betoogt dat Nigeria (in tegenstelling tot het geldende negatieve reisadvies, dat in zijn visie slechts de algemene onveilige situatie in bepaalde gebieden betreft), mede vanwege de in zijn appartement aanwezige panic button, veilig is.
De moeder stelt echter dat die panic button een reëel doel beoogt en dat de vader zijn woning niet voor niets op deze wijze beveiligd heeft. De knop is nodig, omdat de algehele veiligheidssituatie in Nigeria onvoldoende is en de gewone politiebeambten in Nigeria onvoldoende zijn opgeleid om de Nigeriaanse burgers te beschermen. De moeder heeft in dat kader aanvullende reisadviezen en nieuwsberichten, waaronder die over ontvoeringen in het betreffende gebied, overgelegd. Daaruit blijkt onder meer dat de kinderen (als kinderen van een niet onbemiddelde oliebedrijf-medewerker) een verhoogd veiligheidsrisico.
Het hof oordeelt dat de weigeringsgrond van artikel 13 lid 1 sub b HKOV ziet op extreme situaties en dat niet snel mag worden aangenomen dat deze grond aanwezig is. De algemene situatie in…

Terug naar overzicht