Sign. - Toewijzing verzoek beëindiging gezamenlijk gezag


V1 en V2 zijn in 2008 met elkaar gehuwd. Staande dit huwelijk is in 2010 uit V1 dochter D geboren. D is niet erkend door haar biologische vader. V1 en V2 oefenen van rechtswege gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. Kort na de geboorte van D wordt het huwelijk van V1 en V2 door echtscheiding ontbonden. V2 heeft nimmer voor D gezorgd. V1 en V2 verzoeken de rechtbank te bepalen dat het gezamenlijk ouderlijk gezag over D wordt beëindigd en alleen aan V1 wordt toegewezen. Volgens V1 en V2 schept dat meer duidelijkheid voor D. De rechtbank wijst het verzoek af. V1 en V2 gaan in hoger beroep.
Het hof stelt voorop dat uiterst terughoudend dient te worden omgegaan met toekenning van verzoeken als de onderhavige, temeer nu de wetgever heeft beoogd de rechten, plichten en verantwoordelijkheden van ouders van hetzelfde geslacht juridisch gelijk te stellen aan die van ouders van verschillend geslacht.
Het hof neemt de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking:
- V1 en V2 hebben ter zitting verklaard dat het uitsluitend V1 was die een kinderwens had en dat V2 hierin, hoewel zij geen kinderwens had, is meegegaan;
- toen V1 twee maanden zwanger was van D, verslechterde de relatie van V1 en V2 en werden zij het erover eens dat hun huwelijk geen toekomst meer zou hebben. V2 is uit schuld- en plichtsgevoel bij V1 gebleven tot kort na de geboorte van D. V2 sliep toen niet meer in de gezamenlijke woning en was alleen aanwezig wanneer de kraamzorg was vertrokken. Enkele weken na de geboorte van D zijn V1 en V2 ieder hun eigen weg gegaan;
- V2…

Terug naar overzicht