Sign. - Uitzondering op verplichte keuze eigen woning bij partners moet beperkt worden uitgelegd


Fiscale partners die meer dan één woning hebben die als hoofdverblijf kan worden aangemerkt, moeten op grond van artikel 3.111 lid 8 Wet IB 2001 kiezen voor welke woning zij de eigenwoningregeling willen toepassen. Duurzaam gescheiden levende partners die nog geen scheidingsverzoek hebben ingediend, worden vanaf 2011 als partners aangemerkt, maar de wet maakt hierop een uitzondering die doorwerkt naar de hiervoor genoemde verplichte keuze.
In artikel 3.111 lid 4 Wet IB 2001 (de zogenoemde echtscheidingsregeling) is namelijk bepaald dat duurzaam gescheiden levende echtgenoten ook voor lid 8 (keuze voor één eigen woning) als gewezen partners worden aangemerkt.
De vierde nota van wijziging op het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen 2011 zegt hierover: "Daarnaast wordt geregeld dat de duurzaam gescheiden levende echtgenoot ook voor de toepassing van het achtste lid van genoemd artikel 3.111 niet als partner wordt aangemerkt. Daarmee wordt voorkomen dat ingeval de duurzaam gescheiden levende echtgenoot die de woning heeft verlaten een nieuwe eigen woning heeft betrokken, anders dan onder de tot 1 januari 2011 geldende regeling, ook in de genoemde overbruggingsperiode alsnog slechts voor één van beide woningen in aanmerking zou kunnen komen voor renteaftrek."
Op het eerste gezicht zou uit de verwijzing kunnen worden afgeleid dat voor alle duurzaam gescheiden levende echtgenoten nog geldt dat zij ieder de hypotheekrente in aftrek kunnen brengen van het eigen 'hoofdverblijf'.
Uit het feit dat zowel het begrip 'duurzaam gescheiden levende echtgenoot' als het begrip 'gewezen partner' niet in lid 8 is opgenomen, blijkt echter al dat dit niet de bedoeling is. Daarbij komt dat de vierde nota van wijziging heel duidelijk aangeeft waarom de…

Verder lezen
Terug naar overzicht