Sign. - Vaststellen bestaan huwelijk: documenten moeten gelegaliseerd, geverifieerd en vertaald


In deze zaak tussen man en vrouw is de vraag aan de orde of er nog steeds een huwelijk tussen de vrouw en betrokkene X bestaat. De man verzoekt het hof te beslissen op zijn primaire verzoek om het huwelijk tussen hem en de vrouw nietig te verklaren en – mocht daaraan toegekomen worden – zijn subsidiaire verzoek om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. De vrouw stelt dat haar huwelijk met X in Iran door echtscheiding is geëindigd.
Nu geen der partijen grieven heeft gericht tegen de constatering van de rechtbank dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft in de onderhavige zaak, zal het hof hiervan uitgaan.
De vraag of een huwelijk formeel en materieel geldig tot stand is gekomen, wordt in beginsel beheerst door het recht van het land waar het huwelijk is voltrokken. Aangezien het huwelijk van partijen in Iran is voltrokken, dient de vraag of het huwelijk van partijen nietig is daarom beoordeeld te worden naar Iraans recht.
Alvorens het hof kan overgaan tot beoordeling van die vraag, dient eerst te worden beoordeeld of het tussen de man en de vrouw in Iran gesloten huwelijk in Nederland kan worden erkend. Anders dan de man stelt, kan het huwelijk niet reeds worden erkend op grond van het enkele feit dat het huwelijk in Nederland jarenlang de facto en de jure is erkend. Daarbij is immers volgens de man van onjuiste gegevens uitgegaan.
Artikel 5 lid 1 WCH bepaalt dat een buiten Nederland gesloten huwelijk wordt erkend als dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden. Voor de vraag of het huwelijk tussen partijen in Nederland kan worden…

Terug naar overzicht