Sign. - Vaststelling behoefte


Tussen partijen bestaat geschil over de vraag of voor de behoefte van M aan partneralimentatie uitgegaan dient te worden van het hogere inkomen van V toen partijen in het buitenland woonden, of haar huidige inkomen, dat veel lager is.
Blijkens onderzoek van het Nibud kan worden aangenomen dat de kosten van kinderen niet lineair mee blijven stijgen met de hoogte van het inkomen, maar dat deze zijn gemaximeerd. De behoefte van de kinderen heeft daarmee een bovengrens bereikt. De rechtbank hanteert als uitgangspunt dat, indien de kosten van de kinderen aantoonbaar hoger zijn, dan wel zo uitzonderlijk zijn dat zij niet begrepen kunnen zijn in de standaardbedragen voor de kosten van de kinderen, de bedragen in de tabel kunnen worden gecorrigeerd. In de tabelbedragen van het Tremarapport zijn alle normale kosten, zoals die voor voeding en kleding, begrepen. Er kan sprake zijn van correctieposten indien het kosten betreft die niet of onvoldoende in de gehanteerde kosten van kinderen zijn verdisconteerd en welke bovendien niet te compenseren zijn met andere uitgavenposten. Bij buitensporig hoge inkomens is maatwerk, door middel van behoeftelijstjes, noodzakelijk. Gelet op vorenstaande kan, naar het oordeel van de rechtbank, de behoefte van de minderjarige niet worden bepaald door het lineair doortrekken van de tabel inzake het eigen aandeel van ouders in de kosten van een kind.
Bij het bepalen van een aanvullende behoefte dient op de behoefte in beginsel eveneens inkomen uit vermogen in mindering gebracht te worden. Ook kan rekening worden gehouden met een fictief rendement uit vermogen. Gebleken is dat M niet volledig, maar slechts voor een derde gedeelte eigenaar is van een woning in Frankrijk. Daar…

Verder lezen
Terug naar overzicht