Sign. - Verdeling koopsompolissen


Het geschil tussen partijen spitst zich ook in hoger beroep toe op de vraag of de koopsompolissen zijn 'overgeslagen' in de zin van artikel 3:179 lid 2 BW, dan wel als reeds verdeeld hebben te gelden. Vaststaat dat de polissen in het kader van het opstellen van het convenant aan de orde zijn gekomen. Volgens de vrouw is afgesproken om de polissen vanwege fiscale redenen later te verdelen, volgens de man is afgesproken om de polissen alsmede de stukken grond op de Filippijnen als zijnde 'reeds verdeeld' te beschouwen.
Het hof stelt voorop dat de vrouw alsnog verdeling van de koopsompolissen vordert op de voet van artikel 3:179 lid 2 BW. Volgens de vrouw is ter zake van deze polissen sprake van goederen die bij de verdeling zijn overgeslagen. Anders dan de man leest het hof in de vordering en de stellingen van de vrouw niet dat de vrouw zich (ook) op het standpunt heeft gesteld dat de koopsompolissen (wel) reeds waren verdeeld in die zin dat zij aan de man zijn toegescheiden en de vrouw enkel nog aanspraak maakt op de helft van de waarde. De vrouw vordert immers uitdrukkelijk toescheiding aan de man en betaling van de helft van de waarde aan de vrouw. Zij vordert niet slechts betaling van de helft van de waarde van de polissen. Dat de vrouw zich niet heeft verweerd tegen de reconventionele vordering van de man met betrekking tot haar eigendommen op de Filippijnen brengt, anders dan de man meent, niet mee dat er van uitgegaan moet worden dat een verdelingsafspraak is gemaakt.
Nu niet in geschil is dat de polissen moeten…

Verder lezen
Terug naar overzicht