Sign. - Verdeling onderhoudsverplichting stiefouder en ouders


Het huwelijk tussen M en V, waaruit in 1993 dochter D is geboren, is in 2007 door echtscheiding ontbonden. M betaalt kinderalimentatie. D woont bij V, die inmiddels een geregistreerd partnerschap met X is aangegaan. M is hertrouwd. Omdat D in 2011 meerderjarig is geworden, geldt de door M betaalde bijdrage als een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie. De rechtbank heeft in 2013 bepaald dat die door M te betalen bijdrage met ingang van 1 augustus 2012 wordt vastgesteld op nihil.
In hoger beroep stelt het hof vast dat op grond van artikel 1:392 jo. 1:395a BW een verlengde onderhoudsplicht voor ouders jegens hun jongmeerderjarige kinderen van 18 tot 21 jaar geldt, ongeacht hun behoeftigheid.
D volgt een opleiding aan de hoge school. Het hof gaat, bij de vaststelling van de totale behoefte van D, uit van de WSF-norm. Bij de bepaling van haar behoefte houdt het hof tevens rekening met haar inkomsten uit arbeid en de ontvangen rente-inkomsten uit spaargelden.
Vervolgens beoordeelt het hof of een vermindering van de onderhoudsbijdrage door M vanwege wijziging van de omstandigheden aan de orde is. M is hertrouwd. Zijn echtgenote heeft geen inkomsten en kan die vanwege haar gezondheid ook niet genereren. Het huwelijk van M en de omstandigheid dat zijn nieuwe partner niet in haar eigen behoefte kan voorzien, leiden er volgens het hof niet toe dat de draagkracht van M opnieuw beoordeeld dient te worden, aangezien zijn onderhoudsplicht jegens D voorrang heeft op de onderhoudsverplichting jegens zijn nieuwe partner (artikel 1:400 BW).
Het geregistreerd partnerschap van V en…

Terug naar overzicht