Sign. - Veroordeling tot afkoop partneralimentatie en kosten van de procedure


M en V zijn gewezen echtelieden en hebben in het kader van de afwikkeling van hun echtscheiding een convenant gesloten. Na sluiting van het convenant is tussen partijen discussie ontstaan over de daarin opgenomen bepaling dat M zijn medewerking zou verlenen aan het afsluiten van een overlijdensrisicoverzekering die V (ter verzekering van de partneralimentatietermijnen) op het leven van M zou afsluiten. Omdat M zijn medewerking hieraan weigerde te verlenen en hij daarnaast ook stelselmatig niet aan zijn alimentatieverplichtingen voldeed, heeft V in 2009 in kort geding nakoming van het convenant gevorderd. M heeft vervolgens – door niet aan het in dat kort geding gewezen vonnis te voldoen – een bedrag van € 250.000 aan dwangsommen verbeurd. Nadat V tot beslaglegging is overgegaan, bereiken partijen uiteindelijk overeenstemming. Partijen komen overeen dat M aan V een bedrag van € 1.000.000 zal voldoen, waarvan € 800.000 (bruto) ten titel van partneralimentatie en € 200.000 (netto) ten titel van verbeurde dwangsommen. Om de belastingdruk over het afkoopbedrag ten aanzien van de partneralimentatie voor V te verlagen en M over meerdere jaren gebruik te laten maken van zijn fiscale aftrekmogelijkheid, spreken partijen de volgende gespreide betaling af: M sluit met V een geldleningsovereenkomst, welke lening door V in vijf jaarlijkse termijnen zal worden afgelost met de door M verschuldigde alimentatietermijnen. M weigert vervolgens zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van hetgeen partijen zijn overeengekomen.
In kort geding vordert V van M betaling van hetgeen zij zijn overeengekomen, alsmede een bedrag van (afgerond) € 30.000 als (voorschot op) vergoeding van de fiscale schade die…

Terug naar overzicht