Sign. - Verplichting tot voldoening hypotheek aan te merken als alimentatieverplichting


Tussen partijen staat niet ter discussie dat de verplichting tot het voldoen van de maandelijkse hypotheektermijnen van de woning op de man rust. Niet alleen is deze verplichting bij vonnis van de voorzieningenrechter opgelegd, ook bij de berekening van de draagkracht van de man en de hoogte van de maandelijks te betalen alimentatie is in de beschikking van de rechtbank uitdrukkelijk rekening gehouden met de situatie dat de man de maandelijkse hypotheeklasten zou betalen. Partijen zijn het erover eens dat, indien dit niet de situatie was geweest, de hoogte van de draagkracht en de hoogte van de maandelijks te betalen partneralimentatie hoger waren uitgevallen.
Gelet op vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de op de man rustende verplichting om maandelijks de hypotheek van de woning te voldoen, kan worden aangemerkt als een vorm van (partner)alimentatie. Daarnaast is de voorzieningenrechter van oordeel dat, hoewel de 'partneralimentatie' direct aan een derde (de bank) moet worden betaald, de vrouw – gelet op het uitgangspunt van artikel 585 Rv – in redelijkheid kan worden aangemerkt als schuldeiser in de zin van die bepaling. Daarbij neemt de voorzieningenrechter ook in aanmerking dat de vrouw op dit moment met haar kinderen in de woning verblijft en de gevolgen van een eventuele openbare executie haar derhalve het hardst zullen treffen.

(Rechtbank Almelo 16 mei 2012, LJN BW8395)

Terug naar overzicht