Sign. - Verrekening pensioenrechten


M en V zijn in 1967 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. In 1992 zijn zij gescheiden. In de echtscheidingsbeschikking is onder meer bepaald dat M maandelijks kinderalimentatie moet betalen voor de dochter van partijen. Verder zijn er geen (schriftelijke) afspraken gemaakt met betrekking tot de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, waartoe onder meer de echtelijke woning en de daarop rustende hypothecaire schuld behoren. De woning is verkocht en de koopsom is aangewend om de hypothecaire schuld af te lossen. Partijen zijn overeengekomen dat M de rest van de hypothecaire schuld zal aflossen. V maakt aanspraak op verrekening van de door M vóór en tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen. Volgens V zagen de afspraken tussen partijen met betrekking tot de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap ook op door M opgebouwde ouderdomspensioenrechten. M stelt dat de huwelijksgoederengemeenschap is verdeeld en dat partijen niets meer van elkaar te vorderen hebben.
Aangezien partijen tussen 27 november 1981 en 1 mei 1995 zijn gescheiden, zijn de door hen vóór en tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdoms- en nabestaandenpensioen in de algehele gemeenschap van goederen gevallen. Die rechten dienen overeenkomstig de regels van het Boon-Van Loon-arrest (HR 27 november 1981, LJN AG4271) te worden verdeeld.
Bij gebreke van enig tegenbewijs stelt het hof vast dat partijen de tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behorende pensioenrechten nog niet hebben verrekend en dat dit alsnog (overeenkomstig de regels van Boon-Van Loon) dient plaats te vinden. Op welke wijze, en tot welk bedrag, verrekening moet plaatsvinden, dient te worden vastgesteld aan de hand van de eisen van redelijkheid en billijkheid, die op de verdeling van een…

Verder lezen
Terug naar overzicht