Sign. - Verschil tussen inhoud proces-verbaal zitting en uitspraak levert motiveringsgebrek


Deze zaak betreft de wijziging van een alimentatiebedrag. In cassatie klaagt de man dat uit het proces-verbaal van de zitting blijkt dat hij juist heeft verklaard dat hij het teveel betaalde wél zal terugvorderen, zodat het oordeel van het hof dat hij afstand heeft gedaan van zijn recht op terugvordering blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans dat de gewraakte overweging van het hof onbegrijpelijk is.
In het echtscheidingsconvenant, dat een niet-wijzigingsbeding bevat, is onder meer bepaald dat de man aan de vrouw een bedrag van € 1.920 per maand aan partneralimentatie zal voldoen. Als gevolg van de wijziging van rechtswege ingevolge artikel 1:402a BW bedroeg de door de man te betalen vergoeding ten tijde van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank € 2.085,66 per maand. De man heeft vervolgens verzocht om met ingang van 1 juli 2009 de partneralimentatie te wijzigen en vast te stellen op € 500 per maand. De rechtbank oordeelde dat sprake is van een zo ingrijpende wijziging van omstandigheden dat de man naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet langer aan het niet-wijzigingsbeding kan worden gehouden en stelde het door de man per maand te betalen bedrag vast op € 596, te betalen met ingang van 1 augustus 2009, nu naar het oordeel van de rechtbank de vrouw vanaf dat moment rekening heeft kunnen houden met een wijziging.
Het hof heeft de bestreden beschikking bekrachtigd, daartoe overwegende: "De vrouw stelt zich op het standpunt dat de rechtbank ten onrechte de ingangsdatum op 1 augustus 2009 heeft bepaald nu zij haar woonlasten niet met terugwerkende kracht kan aanpassen.
De man betwist het…

Terug naar overzicht