Sign. - Vervangende toestemming erkenning


Uit de relatie van M en V zijn – voor zover hier van belang – twee kinderen geboren, respectievelijk in 1984 en in 2000. Beide kinderen zijn meervoudig gehandicapt, wonen in een zorginstelling en zijn niet in staat te spreken of zich anderszins te uiten. M en V zijn in 2012 met elkaar gehuwd. Vaststaat dat M de verwekker is van beide kinderen. M is met V bij de Burgerlijke Stand geweest om de kinderen te erkennen. De ambtenaar heeft geweigerd de akten van erkenning op te maken, omdat beide kinderen – vanwege hun geestelijke beperking – (1) niet in staat zijn te begrijpen wat de erkenning inhoudt en (2) niet in staat zijn hun schriftelijke toestemming voor de erkenning te geven, hetgeen strijdig is met artikel 1:204 lid 1 BW. M verzoekt de rechtbank hem vervangende toestemming (als bedoeld in artikel 1:204 lid 3 BW) te verlenen tot erkenning van beide kinderen.
De voor deze gelegenheid door de rechtbank benoemde bijzondere curator heeft gesproken met de begeleidsters van beide kinderen. De begeleidsters hebben daarin verklaard (1) dat M een belangrijke rol vervult in het leven van elk van de kinderen, (2) dat hij, waar nodig, de verantwoordelijkheid neemt bij de besluitvorming over hen, (3) dat hij aanwezig is bij besprekingen over de kinderen en (4) dat hij hen regelmatig bezoekt. V en de meerderjarige zus van beide kinderen hebben in een gesprek met de bijzondere curator de verklaringen van de begeleidsters bevestigd. De bijzondere curator is op grond van de gehouden gesprekken van mening dat de formalisering van de feitelijke situatie…

Terug naar overzicht