Sign. - Vervangende toestemming verhuizing naar Australië


Hoewel de vader stelt dat er geen noodzaak voor de moeder bestaat te verhuizen naar Australië, betwist hij niet dat de moeder – als gevolg van sterke gevoelens van heimwee – in Nederland zeer ongelukkig is, hetgeen zijn uitwerking heeft op haar fysieke en emotionele gesteldheid. In zoverre is de huidige situatie vergelijkbaar met die zich eerder in 2010 in Australië heeft voorgedaan, toen de vader door het missen van zijn familie en vriendenkring zich dermate ongelukkig voelde dat partijen besloten naar Nederland terug te keren, zij het dat de moeder thans, als gevolg van het uiteengaan van partijen, geen steun meer kan zoeken bij de vader.
Het hof is van oordeel dat de moeder voldoende blijk heeft gegeven van een goede voorbereiding op een eventueel vertrek met de minderjarige naar Australië en dat zij moeite heeft gedaan om de gevolgen van die verhuizing voor de minderjarige, ook in relatie tot de vader, te verzachten. Vaststaat dat in Australië een woning voor de moeder en de minderjarige beschikbaar is en dat de minderjarige is ingeschreven op een school. Tevens is een verklaring van de werkgever van de moeder in Australië overgelegd aangaande haar dienstverband en het salaris dat zij bij terugkeer in Australië zal genieten. Daarnaast is opvang voor de minderjarige in Australië geregeld en kan hij Nederlandse les aan een Nederlandse school in Brisbane volgen. Verder heeft de moeder in Australië, anders dan in Nederland, de beschikking over een sociaal netwerk, waarop zij een beroep kan doen.
Het hof acht aannemelijk, gelet op de leeftijd van de minderjarige en het feit dat hij Engels spreekt, dat de minderjarige zich gemakkelijk zal aanpassen aan de…

Terug naar overzicht