Sign. - Vervangende toestemming voor verhuizing naar Zuid-Afrika


M en V zijn in 1988 gehuwd en in 2009 in Zuid-Afrika gescheiden. Uit hun huwelijk zijn twee kinderen geboren, over wie M en V gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. Partijen zijn afkomstig uit Zuid-Afrika en hebben van 1994 tot 2004 in Nederland gewoond. In 2004 zijn zij verhuisd naar Zuid-Afrika, nadat V een beroerte had gekregen. Gedurende de scheiding zijn partijen overeengekomen dat de kinderen bij V zouden verblijven en nadien – in 2010 – zijn partijen overeengekomen dat de kinderen bij M (die inmiddels naar Nederland was verhuisd) zouden verblijven. V is eind 2010 ook naar Nederland verhuisd. Nadat de rechtbank M daarvoor vervangende toestemming heeft verleend, is hij met de kinderen naar Zuid-Afrika verhuisd. V verzoekt de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar te bepalen.
Het hof stelt vast (1) dat de kinderen een groot deel van hun leven in Zuid-Afrika hebben gewoond, (2) dat Afrikaans hun moedertaal is, (3) dat zij voor het grootste deel in Zuid-Afrika naar school zijn gegaan en (4) dat een groot deel van hun familie daar woont. In Nederland zouden de kinderen een overbruggingsjaar moeten volgen om de Nederlandse taal machtig te worden en het Nederlandse onderwijs goed te kunnen volgen. De kinderen hebben voorts te kennen gegeven dat zij in Zuid-Afrika wensen te wonen. Op grond van het voorgaande oordeelt het hof dat de kinderen niet in Nederland, maar in Zuid-Afrika zijn geworteld. Dit betekent dat de kinderen een zwaarwegend eigen belang hebben bij een verder verblijf in Zuid-Afrika.
Aangezien…

Terug naar overzicht