Sign. - Verzoek tot erkenning minderjarige


De man heeft de rechtbank verzocht om vast te stellen dat er tussen hem en de moeder een band bestaat die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen en dat tussen hem en de minderjarige een nauwe persoonlijke betrekking bestaat, als bedoeld in artikel 1:204 lid 1 sub e BW.
Vast is komen te staan dat de man duurzaam samenwoont met de moeder. Zij hebben samen een kind gekregen. Vanaf de geboorte wonen de man, de moeder en hun kind in gezinsverband met elkaar. Zowel de man als de moeder hebben verklaard met elkaar te willen trouwen en bij elkaar te willen blijven. 
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een band tussen de man en de moeder die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen. Daarnaast is voldoende aannemelijk dat tussen de man en de minderjarige een nauwe persoonlijke betrekking bestaat. Daar komt bij dat de rechtbank het ook in het belang van de minderjarige oordeelt dat vast komt te staan dat de man zijn vader is. De rechtbank wijst het verzoek (tot erkenning van de minderjarige door de man) toe.

(Rechtbank Groningen 19 juli 2011, LJN BV0405)

Terug naar overzicht