Sign. - Verzoek tot wijziging van het ouderschapsplan ingewilligd


M en V zijn in 1996 voor de eerste keer en in 2002 voor de tweede keer getrouwd. Hun tweede huwelijk is in 2012 ontbonden door echtscheiding. Partijen oefenen het gezamenlijk het gezag uit over hun drie kinderen en de kinderen hebben hun vaste verblijfplaats bij V. Conform het verzoek van partijen heeft de rechtbank het door partijen ondertekende echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan geheel in de echtscheidingsbeschikking opgenomen en de door M te betalen kinderalimentatie bepaald op € 225 per kind per maand, zoals door partijen overeengekomen in het door hen opgestelde ouderschapsplan. In hoger beroep verzoekt M het hof om wijziging van het tussen partijen gesloten ouderschapsplan, voor zover het de kinderalimentatie betreft. M beroept zich op dwaling en op artikel 1:401 BW.
Het hof stelt vast dat M en V een gezamenlijke advocaat hebben genomen om de gevolgen van hun echtscheiding te regelen. Vervolgens heeft M ervoor gekozen om V de contacten met deze advocaat te laten onderhouden. M heeft op geen enkel moment voorafgaand aan het ondertekenen van het ouderschapsplan vragen gesteld, of nader onderzoek verricht naar de wijze waarop het in het ouderschapsplan genoemde bedrag aan kinderalimentatie tot stand is gekomen en of hij dit bedrag, gelet op zijn draagkracht, wel kon betalen. Het hof is van oordeel dat dit een omstandigheid is die voor rekening van M behoort te blijven. Uitgangspunt is immers de eigen onderzoeksplicht van de dwalende. Van een mededelingsplicht aan de zijde van V is in dit verband geen sprake, omdat de gegevens waarop een kinderalimentatie gebaseerd wordt bij M bekend (konden) zijn. Een beroep op dwaling slaagt daarom niet. Volgens M is er sprake…

Terug naar overzicht