Sign. - Vrouw hoeft niet in te stemmen met verzoek tot andere makelaar


M en V hebben een affectieve relatie, die in 2009 wordt beëindigd. Zij hebben twee woningen in eigendom. M heeft zijn intrek in de ene woning genomen, V in woont in de andere woning. M en V wensen beide woningen te verkopen en geven makelaar A schriftelijk opdracht bij de verkoop te bemiddelen.
Als na drie jaar nog geen enkele woning is verkocht, geeft M in een brief aan A te kennen het contract met hem te beëindigen met inachtneming van een termijn van twee maanden. A laat hierop weten dat daarvoor de medewerking van V nodig is en dat V de overeenkomst niet wenst te beëindigen. M geeft desondanks makelaar B, die een lagere vraagprijs voor de woningen hanteert dan A, opdracht te bemiddelen bij de verkoop van de woningen. V weigert daarmee in te stemmen. M vordert dat V meewerkt aan het optreden van B als makelaar.
Het hof stelt voorop dat partijen destijds hebben afgesproken om A de opdracht te geven te bemiddelen bij de verkoop van de woning. Gelet op deze afspraak tussen partijen hoeft V in beginsel niet in te stemmen met de benoeming van een andere makelaar naast A.
Indien er bijzondere omstandigheden zijn, zou het hof anders kunnen besluiten. Dergelijke omstandigheden zouden gelegen kunnen zijn in het tekortschieten van A in zijn functioneren als makelaar. Het enkele feit dat de woningen, na enkele jaren, nog niet zijn verkocht, is daartoe volgens het hof echter onvoldoende, mede gezien de ontwikkelingen op de woningmarkt. Dat de woningen nog niet zijn verkocht, betekent niet dat A als makelaar ondermaats heeft gepresteerd.
M heeft niets aangevoerd…

Terug naar overzicht