Sign. - Vrouw laat na haar behoefte te onderbouwen


M en V zijn in 2007 met elkaar gehuwd. Zij hebben verzocht de echtscheiding tussen hen uit te spreken op grond van duurzame ontwrichting. Daarnaast verzoekt V de rechtbank een door M te betalen partneralimentatie vast te stellen van € 2.000 per maand. Conform de hofnorm heeft V haar behoefte becijferd op € 1.951 per maand. Volgens V is de door haar berekende vrije ruimte (jus-vergelijking) in overeenstemming met haar verzoek. M voert aan dat de behoefte van V concreet dient te worden onderbouwd en dat er bovendien nauwelijks sprake is van lotsverbondenheid, nu partijen feitelijk gezien nog geen twee jaar van hun huwelijk met elkaar hebben doorgebracht, omdat M steeds in het buitenland werkte en V in Nederland.
De rechtbank is van oordeel dat de stelling van M, dat van lotsverbondenheid geen sprake meer is, niet slaagt. Het enkele feit dat een partner tijdens het huwelijk veelvuldig elders verblijft in verband met werk, maakt niet dat er geen sprake zou zijn van lotsverbondenheid. Vaststaat bovendien dat partijen, voordat zij trouwden, al zeven jaar bij elkaar waren.
Ter onderbouwing van haar stelling dat zij behoefte heeft aan partneralimentatie, heeft V zich gebaseerd op de zogenaamde hofformule. Naast deze maatstaf heeft zij, ter onderbouwing van haar behoefte, een lijst met haar huidige kosten overgelegd. De rechtbank is van oordeel dat V, tegenover de betwisting door M, haar stelling dat zij behoefte heeft aan het door haar verzochte, onvoldoende heeft onderbouwd. V heeft niet inzichtelijk gemaakt, noch verifieerbaar onderbouwd wat haar huwelijks gerelateerde behoefte is. Met betrekking tot haar huidige uitgaven heeft…

Terug naar overzicht