Sign. - Vrouw wist niets van echtscheiding


M en V zijn in 2003 met elkaar gehuwd. In 2012 dient M een verzoek tot echtscheiding in. In de daarop volgende echtscheidingsprocedure brengt M namens V een referteverklaring in. De handtekening onder de verklaring is gelegaliseerd door een kantoorgenoot van de advocaat van M.
V verschijnt niet in de echtscheidingsprocedure. De rechtbank spreekt daarop de echtscheiding tussen partijen uit. Naar aanleiding van een akte van berusting (die is gelegaliseerd door de advocaat van M) is de echtscheidingsbeschikking op [datum] 2012 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De gemeente bevestigt de inschrijving schriftelijk aan V.
V verzoekt de rechtbank de doorhaling te gelasten van de akte van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. V stelt dat zij eerst van de gemeente heeft vernomen dat haar huwelijk met M is ontbonden; van een daaraan voorafgaande procedure bij de rechtbank was zij niet op de hoogte. V ontkent ten stelligste de referteverklaring en de akte van berusting te hebben getekend. De echtscheiding kwam volledig 'uit het niets', aldus V.
De advocaat van M verklaart ter zitting dat V niet bij haar op kantoor is geweest. Zowel de autorisatie van de handtekening van V bij de referteverklaring als bij de akte van berusting is gebeurd buiten het bijzijn van V. Bij de referteverklaring had M een kopie van het paspoort van V bij zich, waarbij hij te kennen gaf dat V geen verweer wenste te voeren tegen de verzochte echtscheiding. Beide keren is niet gecontroleerd of V begreep wat zij zou hebben ondertekend en of het inderdaad ook haar handtekening was.
Deze handelwijze is naar het oordeel van de rechtbank in strijd met artikel…

Terug naar overzicht