Sign. - Wel of geen overeenstemming?


M en V hebben een affectieve relatie gehad. Op 7 januari 2002 hebben partijen een samenlevingsovereenkomst gesloten. Partijen hebben samen een woning in eigendom. Voor de hypotheek zijn beiden hoofdelijk aansprakelijk. Na het beëindigen van de relatie (in april 2012) heeft V de gezamenlijke woning verlaten. M bewoont de woning nog steeds. Partijen hebben onderhandeld over een overname van de woning door M, maar verschillen van mening over het antwoord op de vraag of zij hierover overeenstemming hebben bereikt.
De rechtbank overweegt als volgt. Partijen zijn het erover eens dat zij onderhandelingen hebben gevoerd over de overname van de gezamenlijke woning door M. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een voorstel van de zijde van M, zoals verwoord in zijn brief van 26 juli 2012. V heeft hierop op diezelfde datum gereageerd. In deze correspondentie is, naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, geen steun te vinden voor de stelling van M dat V niet heeft bevestigd akkoord te zijn met een overname van de woning door hem. Uit deze en overige gedingstukken komt juist naar voren dat de tussen partijen gevoerde onderhandelingen waren gericht op de voorwaarden waaronder M de woning kon overnemen. Evenmin is in de stukken steun te vinden voor het betoog van M dat zijn aanbod om de woning over te nemen is gedaan onder het voorbehoud dat hij de financiering rond zou krijgen. Indien een dergelijk voorbehoud zou zijn gemaakt, ligt het voor de hand dat hiervan expliciet melding zou zijn gemaakt in de correspondentie. Dat is niet gebeurd. In zijn brief van 9 juli 2012 heeft M zelfs met zoveel woorden aangegeven dat hij in staat is…

Terug naar overzicht