Sign. - Welke maatregelen dienen getroffen te worden teneinde omgang te bewerkstelligen?


De Italiaanse M heeft een relatie gehad met V. Samen hebben ze in 2001 een kind gekregen. Het koppel is in 2003 uit elkaar gegaan. V heeft samen met het kind Rome verlaten en is naar haar familie in Termoli verhuisd. Vanaf haar vertrek heeft V verzet getoond tegen de relatie tussen M en het kind. In 2003 heeft de rechtbank, op verzoek van V, het gezag over het kind aan V toegewezen en een omgangsregeling voor M vastgesteld.
Anderhalve maand later wendt M zich tot de rechter met betrekking tot zijn omgangsrecht. Hij wijst er op dat hij zijn dochter al een maand niet lang niet meer dan enkele minuten – in aanwezigheid van, onder meer, V – te zien heeft gekregen. In oktober 2003 bepaalt de rechtbank dat M omgang mag hebben met zijn kind in het gebouw van de Sociale Dienst van Termoli, in aanwezigheid van een maatschappelijk werkster en V. De rechtbank bevestigt deze beslissing in 2004.
Vervolgens maakt M een procedure aanhangig waarin hij verzoekt hem met het gezag over het kind te belasten, omdat de vastgelegde omgangsregeling niet gerespecteerd wordt. Het gezag over het kind wordt echter aan de Sociale dienst toebedeeld. Het kind blijft wel bij V wonen. Gebleken is dat de omgangsregeling niet volledig werd nagekomen. Bovendien is de houding van het kind naar M gewijzigd: zij wil haar vader niet langer ontmoeten. M maakt vervolgens weer een procedure aanhangig. Een expert heeft het kind onderzocht en vastgesteld dat het kind depressief was en dat het van belang was dat de band tussen vader en kind hersteld werd. Naar aanleiding van dit rapport…

Terug naar overzicht