Sign. - What happens in Vegas…


M en V zijn voornemens te scheiden. Er vindt een mediationtraject plaats, waarin A optreedt als advocaat/scheidingsmediator van V. In de mediationovereenkomst staat dat indien tussen partijen geen convenant tot stand is gekomen en tussen hen een scheidingsprocedure wordt gevoerd, zij in deze procedure geen mededelingen doen over hetgeen in de mediation is gebeurd of besproken. M en V zullen de mediator niet als getuige oproepen. Hierover staat in de overeenkomst: 'Indien zij dat toch doen, zal de vFAS-advocaat-mediator zich op zijn verschoningsrecht en geheimhoudingsplicht beroepen.' Partijen komen tot een principeakkoord, maar beëindigen uiteindelijk toch de mediation zonder succes.
In mei 2011 wordt een echtscheidingsprocedure aanhangig gemaakt. A stuurt op 3 augustus 2012 de rechtbank een verweerschrift waarin staat: 'Deze financiële gang van zaken is ook bij de later door partijen ingeschakelde mediator besproken en bevestigd.' In dezelfde brief wordt een uiteenzetting gegeven over hetgeen in het mediationproces naar voren is gekomen en wordt gemeld dat tijdens de mediation een principeakkoord tot stand is gekomen. Ook wordt meegedeeld wat dit inhoud. Voorts wordt gemeld dat, op basis van dat principeakkoord, alle bankrekeningen ten name van M zijn gesteld en dat V, door de handelwijze van M, gedwongen was de mediation te beëindigen en de echtscheidingsprocedure te starten.
Bij brief van 20 augustus 2012 beklaagt M zich bij de deken over A. A heeft volgens M haar geheimhoudingsverplichting geschonden en zich niet gedragen zoals het een behoorlijk handelend advocaat betaamt. De geheimhoudingsverplichting die voortvloeit uit die mediationovereenkomst is immers een verplichting waaraan ook A, als advocaat van de tegenpartij, gehouden is. A…

Terug naar overzicht