Sign. - Wie is eigenaar van de inboedel?


M en V hebben een affectieve relatie gehad, waaruit een kind is geboren. Partijen hebben van 12 december 2008 tot 16 december 2008 met elkaar samengewoond in een huurwoning. Op 16 december 2008 is de relatie verbroken. V is uit de woning vertrokken, M is daarin blijven wonen. Partijen hebben met het oog op hun voorgenomen samenwoning voor € 5.000 inboedelgoederen gekocht. De inboedel is deels (vlak) voor de samenwoning geleverd en deels na het vertrek van V uit de woning. M heeft na de verbreking van de relatie tussen partijen een andere inboedel gekocht en daarbij de door partijen gekochte inboedel ingeruild.
V stelt dat zij van de koopsom een deel groot € 3.000 heeft betaald en zij vorderde in eerste aanleg de veroordeling van M om aan haar dat bedrag terug te betalen. De rechtbank heeft die vordering toegewezen.
In hoger beroep stelt M dat V bij haar vertrek uit de woning geen aanspraak heeft gemaakt op (een deel van) de inboedel, zodat hij ervan uit mocht gaan dat zij zich erbij neerlegde dat hij eigenaar daarvan was/werd. Bovendien, zo stelt M, heeft V geen geld geïnvesteerd in de inboedel.
Naar het oordeel van het hof zijn geen feiten of omstandigheden komen vast te staan waaruit M mocht afleiden dat V afstand heeft gedaan van haar rechten met betrekking tot de inboedel. De enkele omstandigheid dat V bij haar vertrek uit de woning geen (deel van) de inboedel heeft meegenomen, is daartoe ontoereikend. Daarenboven blijkt uit de overgelegde pinbonnen en aankoopbewijzen dat voor de aankoop van de inboedel bedragen van respectievelijk € …

Terug naar overzicht