Sign. - Wijziging kinderalimentatie; toepassing tenzij-regel


M en V hebben van 9 juni 1997 tot medio 2002 samengewoond. Uit hun relatie zijn twee kinderen geboren (A en B), over wie partijen gezamenlijk het gezag uitoefenen. Bij scheidingsconvenant van 2 april 2002 zijn partijen het volgende overeengekomen: 'De man betaalt met ingang van 1 december 2001 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [A en B] aan de vrouw een bedrag van ƒ 125,- per kind per maand, bij vooruitbetaling te voldoen en te vermeerderen met elke wettelijke kindertoelage waarop de man aanspraak kan maken. Deze bijdrage ten behoeve van de kinderen zal jaarlijks worden verhoogd volgens de thans geldende wettelijke indexering als bedoeld in artikel 1:402a BW. Bovendien betaalt de man de helft van de studiekostenverzekering van de kinderen van partijen (ƒ 75,- p.m.) en de helft van de premie levensverzekering van partijen (ƒ 62,50 p.m.).'
A en B hebben sinds 2004 bij M gewoond. Sinds april 2010 woont A weer bij V. Sinds januari 2011 woont ook B weer bij V. M is, na het eindigen van de relatie met V, gehuwd met X. Uit dit huwelijk zijn twee kinderen (C en D) geboren. Sinds 1 maart 2012 leeft M gescheiden van X. Op 22 maart 2012 heeft de rechtbank onder meer bepaald dat M € 45 per kind per maand aan X voldoet als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van C en D.
V verzoekt te bepalen dat M met € 250 per kind per maand zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van A en…

Terug naar overzicht