Sign. - Wijziging van de onderhoudsbijdrage, beoordeling van de draagkracht


De dochter stelt dat bij het bepalen van de draagkracht van de man tot het betalen van een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud en studie, rekening dient te worden gehouden met het (hogere) salaris dat hij bij bedrijf A waar hij tot en met mei 2009 werkzaam was, heeft verdiend. Volgens de dochter moet de man in staat worden geacht opnieuw inkomsten uit arbeid te genereren ter grootte van dat salaris, door middel waarvan hij een hoger inkomen uit arbeid had dan hij thans heeft.
Het hof volgt de stelling van de dochter niet. Het hof is van oordeel dat de man aan de op hem rustende inspanningsverplichting heeft voldaan door na zijn ontslag bij bedrijf A zich opnieuw een vergelijkbaar inkomen te verwerven. De man heeft in het tijdvak vanaf 16 maart 2010 twee dienstverbanden en werkt in totaal ruim 50 uur per week. Niet kan worden volgehouden dat de man aldus op verwijtbare wijze verdiencapaciteit onbenut heeft gelaten. Nu de man aldus van zijn inkomensvermindering geen verwijt kan worden gemaakt, wordt zijn draagkracht berekend met inachtneming van zijn huidige inkomen.

(Gerechtshof Amsterdam 8 november 2011, LJN BV0909)

Terug naar overzicht