Sign. - Zus van erflater had vordering zowel op nalatenschap als op diens ex-echtgenote


Om haar broer te ondersteunen, heeft X diverse betalingen voor hem gedaan. Nadat de broer was overleden, zijn X en haar echtgenoot een procedure gestart om de betaalde bedragen terug te krijgen. Zij hebben daartoe ten eerste de dochter van de broer in rechte betrokken, omdat zij enig erfgename is van de erflater. Verder is de ex-echtgenote van de broer voor de helft van het bedrag aansprakelijk gesteld op grond van artikel 1:102 BW.
De rechtbank heeft de vordering van X en haar echtgenoot toegewezen. In hoger beroep oordeelt het hof als volgt. De echtgenoot van X is niet bestuursbevoegd, omdat het hier gaat om een vordering op naam. Het hof is van oordeel dat ter zake van de onderhavige betalingen tussen X en de erflater een overeenkomst van geldlening tot stand is gekomen en dat X daarom een vordering op de nalatenschap heeft. Volgens het hof betreft deze geldlening een goed op naam als bedoeld in artikel 1:97 BW. Dit betekent dat de bevoegdheid om in rechte betaling van de vordering te ontvangen uitsluitend aan X toekomt en dus niet tevens aan haar echtgenoot.
De ex-echtgenote van de erflater is voor de helft aansprakelijk op grond van artikel 1:102 BW
De erflater was gehuwd in gemeenschap van goederen. Enige tijd vóór zijn overlijden is dit huwelijk door echtscheiding ontbonden. Het hof constateert dat artikel 1:102 BW weliswaar per 1 januari 2012 is gewijzigd, maar dat op grond van artikel V lid 7 van het wetsvoorstel tot aanpassing van de wettelijke gemeenschap van goederen (28.867) het oude artikel 1:102 BW…

Terug naar overzicht