Opiumwet

Nederland ondertekende in 1914 een Opiumverdrag dat de basis heeft gelegd voor de Nederlandse Opiumwet. Even daarna kwam de huidige Opiumwet tot stand die daarna nog vele malen gewijzigd is. In 1976 vond een zeer omvangrijke wijziging van de Opiumwet plaats. De risicogedachte komt in de wet centraal te staan en wel door een onderscheid te maken in ‘drugs met een onaanvaardbaar risico’ en ‘hennepproducten’.

Lijsten

In de Opiumwet kent twee lijsten als bijlagen opgenomen. Op lijst I staan de middelen waarvan het gebruik een onaanvaardbaar risico oplevert. Men kan dan denken aan drugs als cocaïne, amfetamine, XTC, heroïne en LSD.
Op lijst II staan de vaste bestanddelen van de cannabisplant en de aanvulling van substanties die voorkomen op de lijst III en IV van het verdrag inzake psychotrope stoffen (artikel 3a, lid 1 Opiumwet). GHB valt tevens onder lijst II.

Opsporing

Met de opsporing van strafbare feiten in de zin van de Opiumwet zijn de in artikel 141 Sv aangewezen personen, de ambtenaren als bedoeld in artikel 8j Opiumwet en de ambtenaren van de rijksbelastingdienst belast. Deze opsporingsambtenaren hebben ingevolge artikel 9 Opiumwet toegang tot bepaalde plaatsen voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de vervulling van hun taken. Artikel 9 Opiumwet geeft alleen de bevoegdheid tot ‘zoekend rondkijken’ en niet tot ‘doorzoeken’. In een arrest d.d. 25 april 2004, heeft de Hoge Raad het volgende geoordeeld: ‘het door forceren van een ruit aan de achterzijde van de woning en meerdere deuren in de woning de toegang tot dat pand en tot de daarin aanwezige ruimten verkrijgen, en daar vervolgens hennepplanten in beslag nemen die daar zijn aangetroffen door zoekend rondkijken, is geen doorzoeking’.

Twee andere arresten die ten aanzien van artikel 9 Opiumwet van belang zijn: ‘Cocaïne in keukenkastje’ en  ‘Cocaïne in linnenkast’.
In artikel 10 en verder van de Opiumwet zijn de straffen geregeld die worden opgelegd ten aanzien van het handelen in strijd met de Opiumwet. De in artikel 10 lid 1 en artikel 11 lid 1 Opiumwet strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. De misdrijven komen aan bod in de artikelen 10 lid 2 tot en met lid 6, 10a lid 1, 11 lid 2 tot en met lid 5, 11a en 11b Opiumwet. Sinds 1 maart 2015 is de voorbereiding van illegale hennepteelt strafbaar gesteld (artikel 11a Opiumwet).

Wat biedt Sdu u op het gebied van de Opiumwet?

We tonen u graag een selectie van de vakinformatie op het gebied van de Opiumwet. Op deze pagina vindt u actuele content die we samen met experts uit de rechtspraktijk creëren.

Opiumwet in de webshop

Naar de webshop

Toegang tot al onze juridische informatie?

    • Neem een dag- of weekabonnement op onze online databank OpMaat
    • Krijg direct toegang tot al onze bronnen en vindt het antwoord op uw zoekvraag
Meer informatie
(- Artikelen)

Uit het archief

Meer artikelen laden