Verbouwing tot bedrijfsvermogen behorende loods voor bewoning door vennoten: mogelijk aftrek van voorbelasting


Samenvatting

Belanghebbende, een vof, drijft een groothandel in autolakken. De firma heeft twee vennoten, een echtpaar. Tot het bedrijfsvermogen van belanghebbende behoort een in 1999 aangekochte loods. In 2000 is een gedeelte van de zolder van de loods geschikt gemaakt voor bewoning. Dat gedeelte is gedurende 23 maanden als woonruimte bij de vennoten – om niet – in gebruik geweest. Belanghebbende heeft de omzetbelasting die haar ter zake van de verbouwingswerkzaamheden in rekening is gebracht, in aftrek gebracht. De inspecteur heeft deze omzetbelasting nageheven. Hof Leeuwarden heeft de inspecteur in het gelijk gesteld. A-G Van Hilten is met het hof van oordeel dat de verbouwing van de zolder een dienst is. Voorts constateert zij ambtshalve dat het hof de stelling van de inspecteur, dat de verbouwingswerkzaamheden niet aan belanghebbende zijn verricht, in het midden heeft gelaten. Bij de bespreking van het cassatieberoep gaat A-G Van Hilten ervan uit dat de verbouwingswerkzaamheden aan belanghebbende zijn verricht. A-G Van Hilten komt op basis van Europese jurisprudentie tot de conclusie dat de (verbouwing)skosten behoren tot de voor het verrichten van de dienst in de zin van art. 6, lid 2, onder a, Zesde Richtlijn gemaakte uitgaven. Deze kosten zijn volgens haar bij uitstek uitgaven die rechtstreeks betrekking hebben op, en nodig waren voor, de (fictieve) dienst bestaande in het privégebruik van het verbouwde deel van de loods. Bovendien meent zij dat het gebruik van de loods door de vennoten valt aan te merken als het gebruik van een bedrijfsgoed ‘voor andere dan bedrijfsdoeleinden’. Daarmee staat evenwel nog niet vast dat…

Verder lezen
Terug naar overzicht