Verknochtheid 2 (2007.10.2844)


Annotatie van de uitspraak van de Hoge Raad van 3 november 2006, rek. nr. R05/126HR, LJN AX7805.

Partijen zijn in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. Tijdens het huwelijk heeft de man ter zake van letselschade een vergoeding van

€ 15.000 ontvangen. De man stelt dat de schadevergoeding verknocht is aan hem en buiten de huwelijksgemeenschap valt. Het Hof heeft vastgesteld dat de schadevergoeding in de gemeenschap valt. De man stelt in cassatie dat de vergoeding van materiële en immateriële schade naar haar aard uitsluitend is afgestemd op de aan de persoon van de man verbonden nadelige gevolgen van het ongeval, zodat de vergoeding als verknocht aan de man niet in de gemeenschap is gevallen.

Conform eerdere jurisprudentie hangt volgens de Hoge Raad het antwoord op de vragen of een goed op bijzondere wijze aan een der echtgenoten is verknocht en, zo ja, in hoeverre de verknochtheid zich ertegen verzet dat het goed in de gemeenschap valt, af van de aard van dat goed, zoals deze aard mede door de maatschappelijke opvattingen wordt bepaald.

Volgens de Hoge Raad is het niet reeds bepalend dat, zoals het middel van de man betoogt, de vergoeding naar haar aard uitsluitend is afgestemd op de aan de persoon van die echtgenoot verbonden nadelige gevolgen van het ongeval. Ten minste zal moeten worden gesteld op welke schade(n) van die echtgenoot de vergoeding betrekking heeft, zodat de rechter kan vaststellen of, en zo ja, in hoeverre die vragen ten aanzien van een of meer componenten van de vergoeding bevestigend moeten worden beantwoord.

Volgens de annotator laat deze uitspraak zien waar de bewijslast dient te liggen. Diegene die stelt dat het goed verknocht is dient dit te bewijzen.

I.J. Pieters

FJR, nr. 2, 2007 p. 53

Verder lezen