Verschillen kladagenda en netagenda grondslag voor navorderingsaanslag


Samenvatting

Belanghebbende exploiteerde in de vorm van een eenmanszaak een escortbureau. Tijdens een huiszoeking heeft de politie bij een belanghebbende een kladagenda en een netagenda gevonden. De agenda’s vertoonden verschillen wat betreft namen van prostituees die gewerkt hadden, de dagontvangsten, het aantal afspraken en de plaatsen waar de prostituees gewerkt hadden. De Belastingdienst heeft de beschikking gekregen over de agenda’s en is naar aanleiding daarvan een boekenonderzoek gestart en heeft een navorderingsaanslag opgelegd. Tijdens dat boekenonderzoek heeft belanghebbende verklaard dat zij afspraken uit de kladagenda overschreef in de netagenda en vervolgens de bewuste pagina’s uit de kladagenda scheurde en weggooide.

De rechtbank is van oordeel dat de opbrengstverantwoording dan niet in voldoende mate controleerbaar was en dat omkering van de bewijslast dient plaats te vinden. De schatting van de omzet door de inspecteur acht de rechtbank vervolgens niet redelijk en onvoldoende onderbouwd. Ten onrechte gaat de inspecteur ervan uit dat de geëxtrapoleerde omzet uit 2003, na inflatiecorrectie, hetzelfde is als in 2000. Ter zake van het te lang claimen van startersaftrek door de gemachtigde van belanghebbende, acht de rechtbank kwade trouw aanwezig en dient die kwade trouw ook aan belanghebbende te worden toegerekend. Dat kan echter niet voor de ter zake van de correctie startersaftrek opgelegde boete. De rechtbank acht wel voorwaardelijk opzet bij belanghebbende aanwezig ter zake van de omzetcorrectie. De boete over de omzetcorrectie kan in stand blijven.

(Beroep gegrond.)

Commentaar

Op grond van art. 52 AWR zijn administratieplichtigen gehouden van hun vermogenstoestand en van alles betreffende hun bedrijf, naar de eisen van dat bedrijf, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe…

Verder lezen
Terug naar overzicht