Vzngr. Rb. Almelo 13-06-2002 (Van der Winkel), KG 2002, 199


Functiewijziging. Wederzijds goedvinden.

De rector van een middelbare school, tevens voorzitter van de centrale directie, ruim twee jaar in dienst, geeft onder invloed van psychische problemen in een geëmotioneerd gesprek aan dat zij haar functie wil neerleggen. Op advies van de werkgever meldt zij zich ziek. Nadat de werkgever het functieontslag schriftelijk heeft bevestigd en een procedure in gang heeft gezet om in de vervanging van de werkneemster te kunnen voorzien, vordert de werkneemster in kort geding toelating tot haar werkzaamheden zodra zij weer arbeidsgeschikt zal zijn verklaard en staking van de wervingsprocedure. De voorzieningenrechter laat de oorzaken van de problemen buiten beschouwing en stelt dat het hier gaat om de vraag of de werkgever aan de verklaring van de werkneemster onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs de betekenis mocht toekennen dat zij wilde terugtreden als rector/voorzitter. Daarbij spelen alle omstandigheden van het geval een rol, waaronder het feit dat het hier om een eenzijdige rechtshandeling gaat. De voorzieningenrechter concludeert dat de werkgever bekend was met de gemoedstoestand van de werkneemster, waardoor zij niet in staat was haar wil te bepalen. De werkgever had de werkneemster dan ook niet zonder nader onderzoek aan haar verklaring mogen houden. Hoewel het ontslag geen financieel nadeel met zich meebrengt, betekent dit wel dat de werkneemster genoegen zou moeten nemen met een minder aantrekkelijke functie. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de werkgever niet had mogen vertrouwen op de verklaring van de werkneemster. Hij wijst de vorderingen toe op verbeurte van een dwangsom van € 10.000,--.

Terug naar overzicht