Vzngr. Rb. Amsterdam 27-07-2002 (Branbergen), KG 2002, 213, JAR 2002, 185


Staking (grondwerktuigkundigen KLM).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 185.

De werknemers zijn bij KLM in dienst als grondwerktuigkundigen. Zij waren ingeroosterd om hun reguliere werkzaamheden te verrichten op zaterdag 27 juli 2002, doch zij hebben, samen met hun collega's, hun werkzaamheden om 9.30 uur die dag gestaakt. Zij maken op grond van een onderzoek dat in de maand april 2002 is afgesloten, aanspraak op een loonsverhoging van 40%, stellende dat uit het onderzoek is gebleken dat grondwerktuigkundigen bij de Amerikaanse partner van KLM, NorthWest Airlines, op dit hogere niveau beloond worden. KLM bestrijdt dit. Zij vordert dat de werknemers veroordeeld worden om met onmiddellijke ingang hun werkzaamheden te hervatten en zich te onthouden van verdere stakingen. De voorzieningenrechter stelt vast dat met de vakbonden nog overleg gaande is over de lonen van de grondwerktuigkundigen en dat vóór de dag van de staking reeds een afspraak met de bonden was gemaakt om het overleg op 2 augustus voort te zetten. Bij het overleg is ook de categorale vakbond aanwezig die als spreekbuis voor de grondwerktuigkundigen optreedt. Verder staat als onweersproken vast dat de staking niet eerder is aangekondigd dan op de dag van de staking zelf en dat de staking grote schade heeft veroorzaakt, zowel voor KLM zelf als voor de circa 5.000 passagiers die op Schiphol gestrand zijn. Ook op buitenlandse luchthavens zijn KLM-passagiers gestrand met bestemming Schiphol. De schade voor één stakingsdag wordt begroot op circa € 15 miljoen, aanzienlijk meer dan de winst over het eerste kwartaal van 2002. Die schade hebben de stakers ook beoogd, omdat zij voor hun actie de drukste vliegdag van het jaar hebben gekozen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is, ook indien er van wordt uitgegaan dat art. 6 lid 4 ESH op wilde stakingen van toepassing is, onderhavige staking onrechtmatig, nu zwaarwegende procedureregels niet in acht zijn genomen. Dit is met name het geval omdat het overleg nog gaande was en de staking dus niet als uiterste middel kon worden gehanteerd en omdat de actie niet tijdig is aangezegd, zodat KLM geen maatregelen kon treffen om de schade te beperken. Gelet hierop zijn de vorderingen van KLM toewijsbaar, met dien verstande dat een volgende staking slechts verboden is zolang niet aan de spelregels wordt voldaan.

Terug naar overzicht