Vzngr. Rb. 's-Gravenhage 07-08-2002 (Paris), JOR 2002, 173


Directeur.

De directeur van een Nederlandse dochtermaatschappij van een Duitse moedermaatschappij die 95% van de aandelen bezit, weigert garantstelling van de dochtermaatschappij voor de nakoming van een contract tussen een dochter van een Amerikaanse zustermaatschappij en een Amerikaans energiebedrijf, waarmee een bedrag van $93 miljoen is gemoeid. De moedermaatschappij besluit daarop de directeur te ontslaan doch de Nederlandse aandeelhouder, die 2% van de aandelen bezit, weigert het besluit te tekenen. De moedermaatschappij nodigt daarop de aandeelhouder uit tot het houden van een vergadering en vraagt de ondernemingsraad om advies. De directeur en de ondernemingsraad vorderen in kort geding van de Nederlandse onderneming een verbod om gedurende drie maanden een besluit tot ontslag respectievelijk schorsing van de directeur te nemen en om medewerking te verlenen aan het verstrekken van een lening of het stellen van zekerheid ten gunste van andere vennootschappen binnen het Duitse concern, tenzij toereikende zekerheid wordt verstrekt en de ondernemingsraad akkoord gaat. De voorzieningenrechter acht voorshands aannemelijk dat de concrete aanleiding voor het voornemen tot ontslag van de directeur is gelegen in zijn herhaalde weigering de onderneming garant te stellen. Daaraan doet niet af dat er uiteindelijk geen contract is gesloten. De voorzieningenrechter is met de directeur van oordeel dat het bezwaar tegen de garantstelling gerechtvaardigd is, gezien het eigen vermogen van de Nederlandse onderneming en de reeds verstrekte leningen zonder zekerheid en het feit dat de moedermaatschappij in de toestand van surséance van betaling verkeert. Bovendien kan garantstellen in Nederland tot persoonlijke aansprakelijkheid van de directeur leiden. Mede gezien de plannen tot verkoop van de aandelen in de Nederlandse onderneming stelt de voorzieningenrechter een afkoelingsperiode van drie maanden voor om de continuïteit van de Nederlandse onderneming veilig te stellen. De voorzieningenrechter verbiedt de Nederlandse onderneming om gedurende drie maanden een besluit tot schorsing dan wel ontslag van de directeur te nemen en verbiedt de Duitse moedermaatschappij gedurende die periode een stem uit te brengen op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders ten gunste van een voorstel tot schorsing of ontslag van de directeur. Daarnaast verbiedt de voorzieningenrechter de Nederlandse onderneming zich garant te stellen ten gunste van de vennootschappen binnen het Duitse concern.

Terug naar overzicht