Vzngr. Rb. 's-Gravenhage 28-02-2003 (Paris), JAR 2003, 85


Concurrentiebeding.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 85.

De werknemer is bij de werkgever in dienst geweest als financieel directeur (controller) en was als zodanig ook lid van het managementteam. Partijen zijn geen concurrentiebeding overeengekomen, wel een geheimhoudingsbeding. De werkgever heeft een marktaandeel van circa 50% op de Nederlandse markt van telefoongidsen. De belangrijkste concurrent, TeleMedia, heeft een marktaandeel van ongeveer 41%. In december 2002 heeft de werknemer de werkgever laten weten dat hij wil overstappen naar TeleMedia. Bij brief van 13 december 2002 heeft hij zijn dienstverband opgezegd tegen 28 februari 2003. De werkgever heeft de werknemer erop gewezen dat hij over zeer gevoelige bedrijfsinformatie beschikt, met name over de ten opzichte van TeleMedia te volgen strategie en dat hij onrechtmatig zou handelen indien hij op korte termijn naar TeleMedia zou vertrekken. De werkgever vordert thans dat het de werknemer verboden wordt om vóór 1 september 2003 in dienst te treden bij TeleMedia. De werkgever is bereid om tot die datum het basissalaris van de werknemer door te betalen. De voorzieningenrechter stelt vast dat de werknemer bij de werkgever een hoge verantwoordelijke functie bekleedde en dat hij beschikte over vertrouwelijke bedrijfsgegevens. Verder maakte hij deel uit van een strategische werkgroep van de werkgever die was opgericht in verband met mogelijke acties en strategieën van TeleMedia. De werkgever heeft daarnaast voldoende aannemelijk gemaakt dat de werknemer als rechterhand van de algemeen directeur fungeerde. Door de werknemer is niet betwist dat de werkgever en TeleMedia samen voor het overgrote deel de Nederlandse markt voor telefoongidsen beheersen. Treedt de werknemer daar in dienst, dan zal hij bij de vervulling van zijn functie zeker gebruik maken van informatie die hij bij de werkgever heeft opgedaan. Onder deze omstandigheden kan, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, een overstap van de werknemer naar TeleMedia niet op korte termijn plaatsvinden. De werkgever moet de gelegenheid krijgen zijn strategie te herzien. Een termijn van zes maanden gerekend vanaf het feitelijke vertrek van de werknemer, 1 januari 2003, komt in dit licht bezien redelijk voor. Daarbij gaat de voorzieningenrechter er vanuit dat de werkgever gedurende deze zes maanden zijn aanbod om het basissalaris door te betalen, gestand doet. (Zie vervolg Vzngr. Rb. 's-Gravenhage 21-03-2003 en Hof 's-Gravenhage 09-05-2003, JAR 2003, 140, hiervoor).

Verder lezen
Terug naar overzicht