Vzngr. Rb. Utrecht 05-07-2002 (Brouwer), KG 2002, 223


Concurrentiebeding.

Een werknemer zegt zijn arbeidsovereenkomst op. Omdat in de arbeidsovereenkomst een concurrentiebeding is opgenomen met een duur van vijf jaar vordert de werknemer vernietiging respectievelijk schorsing van het concurrentiebeding en meer subsidiair een maandelijkse vergoeding voor de duur van het beding. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de werkgever er belang bij heeft te voorkomen dat de werknemer, die bij hem een opleiding tot orthese technicus heeft gevolgd, hem beconcurreert. Onder dit belang valt echter niet het belang te voorkomen dat de werknemer gaat samenwerken met een voormalig aandeelhouder van de werkgever. Bovendien staat de termijn van vijf jaar zowel in algemene zin als in dit geval niet in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever. Over het algemeen zal de kennis die een werknemer heeft inzake de bedrijfsvoering van zijn werkgever na verloop van één à anderhalf jaar zodanig verouderd zijn dat hij zijn voormalige werkgever niet meer kan beconcurreren. Dit kan anders zijn ingeval er sprake is van zeer specialistische kennis, die slechts bij enkele personen aanwezig is. Dat is hier niet het geval. De voorzieningenrechter is ervan overtuigd dat de methoden en processen met betrekking tot het vervaardigen van ortheses ruim binnen een termijn van vijf jaar zodanig verouderd zijn dat de verkregen kennis daarover nu al als enigszins achterhaald moet worden beschouwd. Daarbij komt dat de werknemer vrijwel geen kennis heeft van de prijsstelling en de marketing van ortheses. De voorzieningenrechter schorst het beding (hoger beroep ingesteld).

Verder lezen
Terug naar overzicht