Vzngr. Rb. Utrecht 12-03-2002 (Van Der Burg), KG 2002, 111


Overgang onderneming. Voorlopige voorziening.

Een medisch centrum zegt de overeenkomst met een schoonmaakbedrijf op omdat de schoonmaakwerkzaamheden in de polikliniek onder de maat zouden zijn. Het medisch centrum neemt de aan de kliniek verbonden schoonmaakwerkzaamheden in eigen beheer en voert met de vakverenigingen onderhandelingen over indiensttreding van 26 bij de kliniek werkzame werknemers van het schoonmaakbedrijf. Als de onderhandelingen over de voorwaarden waaronder de werknemers bij het medisch centrum in dienst zouden treden, op niets uitlopen, vordert het schoonmaakbedrijf van de voorzieningenrechter het medisch centrum te bevelen om de betreffende werknemers te werk te stellen en subsidiair om de onderhandelingen met de vakverenigingen en het schoonmaakbedrijf over de indiensttreding van de werknemers voort te zetten. De voorzieningenrechter overweegt dat het schoonmaakbedrijf geen belang heeft bij de vordering doch de werknemers en de vakverenigingen, die geen partij zijn. Kennelijk hebben noch de werknemers noch de vakverenigingen zich aan de zijde van het schoonmaakbedrijf willen scharen. Het indirecte belang van het schoonmaakbedrijf is uitsluitend erin gelegen duidelijkheid te verkrijgen over de rechtsverhouding tussen het schoonmaakbedrijf, het medisch centrum en de werknemers. Dit betreft in feite een verklaring voor recht en deze kan niet in kort geding worden gegeven. De voorzieningenrechter verwerpt de stelling van het schoonmaakbedrijf dat tussen de vakverenigingen en het medisch centrum overeengekomen is dat de rechten en plichten van de werknemers op het medisch centrum zouden overgaan. Het medisch centrum ontkent dat er sprake is van overgang van onderneming en stelt dat de vakverenigingen erin hebben berust dat de onderhandelingen niet tot een akkoord hebben geleid. Bovendien was het schoonmaakbedrijf niet bij de onderhandelingen betrokken zodat het ook geen nakoming kan vorderen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af en overweegt ten overvloede dat er geen sprake is geweest van overgang van onderneming, omdat er geen sprake is van een duurzaam georganiseerde economische eenheid (een georganiseerd geheel van werknemers die speciaal en duurzaam met een gemeenschappelijke taak zijn belast). Een economische eenheid kan niet worden gereduceerd tot de activiteit waarmee ze is belast maar haar identiteit moet ook uit andere factoren blijken, zoals de personeelssamenstelling, de leiding, de taakverdeling, de bedrijfsvoering en de productiemiddelen. Onaannemelijk is dat nu het medisch centrum de overeenkomst heeft opgezegd om de reden dat men ontevreden was over de kwaliteit van de geleverde prestaties, het medisch centrum de werknemers van het schoonmaakbedrijf heeft benaderd om bij hen in dienst te treden.

Verder lezen
Terug naar overzicht