Vzngr. Rb. Zwolle 03-12-2002 (Ariëns), KG 2003, 105


Concurrentiebeding. Faillissement. Managementovereenkomst.

Na faillissement van de onderneming vordert de (voordien reeds) ontslagen directeur (die krachtens een managementovereenkomst van zijn holding werkzaam was geweest voor de onderneming) van de curator in kort geding ontheffing uit (opschorting van?) het concurrentiebeding. De directeur is via zijn persoonlijke holding tevens 49% aandeelhouder in de onderneming. De voorzieningenrechter toetst aan art. 7:653 BW en overweegt dat ook een curator belang kan hebben bij de handhaving van een concurrentiebeding om bij verkoop een zo goed mogelijke prijs voor de onderneming te verkrijgen. Het belang is echter slechts aanwezig indien ook zodanige verkoop alleen kan worden gerealiseerd onder handhaving van het concurrentiebeding. Dat is in dit geval geenszins zeker. De directeur dreigt in een financieel klemmende situatie te geraken en zijn mogelijkheden op de arbeidsmarkt zijn beperkt, zodat hij is aangewezen op het verrichten van werkzaamheden in dezelfde branche, terwijl niet aannemelijk is dat zijn voorgenomen activiteiten schadelijke concurrentie zullen opleveren voor de boedel. Voorts is waarschijnlijk dat de onderneming de directeur destijds schadeplichtig heeft ontslagen, zodat de voorzieningenrechter de vordering toewijst (blijkbaar aannemende dat er sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst tussen de directeur en de onderneming).

Terug naar overzicht