Wetsvoorstel 34059: Belangrijke stap in vernieuwing rechtspraak


Op 20 oktober 2014 is het voorstel tot Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierdoor moeten procedures in de rechtspraak eenvoudiger, begrijpelijker en sneller worden.

Het zijn zogenoemde proceswetsvoorstellen. Er staan bepalingen in die nodig zijn voor de digitale vernieuwde procesvoering. Deze gaan bijvoorbeeld over de verplichting om digitaal te procederen en over het gebruik en geldigheid van de digitale handtekening. Voor professionele partijen zoals advocaten en rechtsbijstandsverzekeraars wordt digitaal procederen verplicht. Particulieren kunnen het ook op papier blijven doen als zij dat willen.

Wat verandert er?
Er komt een basisprocedure voor zowel vorderingen als verzoeken. Deze procedure wordt eenvoudiger dan de huidige, verschillende procedures in het civiele recht en het bestuursrecht. De basisprocedure bevat minder formele stappen. De rechter krijgt meer mogelijkheden om maatwerk toe te passen. Standaard in de nieuwe procedure is een snelle mondelinge behandeling na het verweer. Pleidooi, repliek en dupliek verdwijnen uit de wet. Maar de rechter kan – als de zaak dat nodig heeft – extra processtappen toevoegen. De rechter krijgt meer mogelijkheden de regie te voeren. Ook nieuw is dat de rechter straks mondeling eindvonnis kan wijzen.

Een belangrijk voordeel is dat de rechter sneller tot een uitspraak kan komen. Een ander groot voordeel is dat mensen die in een rechtszaak zijn verwikkeld, tijdens het proces online de voortgang kunnen zien. Ook de rechter kan goed en makkelijk zicht houden op de actuele stand van zaken. Hij kan hierdoor ook een veel actievere rol spelen.

De Rechtspraak en het ministerie van Veiligheid en Justitie werkten nauw samen, met inachtneming van de verschillende verantwoordelijkheden. Formeel is het ministerie verantwoordelijk voor de wetgeving en de Rechtspraak voor de vernieuwing van de procedures. Maar duidelijk zal zijn dat het belangrijk is dat er wordt samengewerkt. Als er wetten worden gemaakt waarmee rechters niet uit de voeten kunnen schiet het niet op. En hetzelfde geldt andersom: als rechters een bepaalde procedure uitdenken dan moet die werkwijze wettelijk mogelijk zijn.

Hoe gaat het nu verder
Beide Kamers van het parlement gaan het wetsvoorstel behandelen. Dat kan nog tot wijzigingen leiden. Na aanname in de Eerste Kamer kan de wet geleidelijk in werking treden. Uniek is dat dit per artikel, per rechtsgebied en per gerecht op verschillende tijdstippen kan. Een belangrijk uitgangspunt bij de modernisering van rechtspraak is dat de invoering van nieuwe werkwijzen in stappen gaat, zodat er op kleine schaal getest kan worden. Pas als de systemen en werkwijzen zich hebben bewezen, worden ze ook elders toegepast. Heel bewust is er niet gekozen voor een ‘big bang’.

 

Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht, Voorstel van Wet

Memorie van Toelichting

Verder lezen
Terug naar overzicht