Wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod en herziening strafbaarstelling faillissementsfraude (2016.03.2003)


Op 15 juni 2015 heeft de Tweede Kamer aangenomen de wetsvoorstellen civielrechtelijk bestuursverbod en herziening strafbaarstelling faillissementsfraude. Beide wetsvoorstellen zijn gericht op fraudebestrijding en treden naar verwachting in de loop van 2016 in werking.

Het wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod biedt de rechtbank de mogelijkheid om in geval van faillissement een (oud-)bestuurder of feitelijk beleidsbepaler van een rechtspersoon voor maximaal vijf jaar te verbieden een bestuursfunctie of functie als commissaris te bekleden binnen een rechtspersoon. De faillissementscurator of het Openbaar Ministerie kunnen de vordering in bepaalde in de wet genoemde gevallen indienen. Het gevolg van het bestuursverbod is doorhaling van de registratie als bestuurder/commissaris in het handelsregister vanaf het moment dat het verbod onherroepelijk wordt en voor de door de rechter bepaalde duur. Het verbod van de rechter vormt tevens een nieuwe grond voor de Kamer van Koophandel om inschrijving in het handelsregister te weigeren.

Het tweede wetsvoorstel – herziening strafbaarstelling faillissementsfraude – beoogt om de wettelijke mogelijkheden om strafrechtelijk op te treden tegen faillissementsfraude te verbeteren. Onder het huidige recht is een overtreding van de administratie- en bewaarplicht slechts strafbaar indien sprake is van opzet op het intreden van het faillissement en daarmee op de benadeling van schuldeisers. In het wetsvoorstel vervalt deze laatste eis. Het niet-naleven van de administratieverplichtingen zal, onafhankelijk van het intreden van een faillissement, zelfstandig worden aangemerkt als een economisch delict. Voorts sanctioneert het wetsvoorstel de administratie- en bewaarplicht (art. 2:10 BW jo 3:15i BW).

C. Rijckenberg, AA, katern 137, 2015, p. 7913 (MK)

Verder lezen
Terug naar overzicht