Aanwezigheid advocaat bij verhoor leidt tot een meer waardevolle verklaring; is deelneming de volgende stap?

Aanwezigheid advocaat bij verhoor leidt tot een meer waardevolle verklaring; is deelneming de volgende stap?
16 november 2017 6986 keer bekeken

Afgelopen september zijn de onderzoeksresultaten gepresenteerd van een door de Erasmus Universiteit verricht onderzoek naar de effectiviteit van het verdachtenverhoor (Verhoeven, W.J. & Duinhof, E., 2017, Effectiviteit van het verdachtenverhoor, Den Haag: Sdu). De resultaten liegen er niet om; verhoortechnieken hebben maar beperkt effect op de mate waarin over de zaak wordt verklaard. Daarentegen leidt de aanwezigheid van de advocaat bij het verhoor juist tot een meer waardevolle verklaring van de verdachte voor het strafproces.

Deze resultaten zijn in lijn met (internationaal) wetenschappelijk onderzoek van voor de inwerkingtreding van de Wet raadsman bij politieverhoor met bijbehorend uitvoeringsbesluit d.d. 1 maart 2017 (zie (Verhoeven & Stevens, 2013, Rechtsbijstand bij politieverhoor. Evaluatie van de aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor in Amsterdam-Amstelland, Groningen, Haaglanden, Limburg-Zuid, Midden- en West Brabant en Utrecht. Den haag: Boom Lemma). Toch heb ik de hoop dat dit onderzoek de wetgever er wél toe zal bewegen zijn visie te herzien ten aanzien van de wijze waarop advocaten tijdens het verdachtenverhoor rechtsbijstand zouden moeten verlenen. Het onderzoek is immers uitgevoerd op Nederlandse bodem en er zijn “echte” zaken bestudeerd.

Onderzoeksresultaten
Uit het onderzoek volgt dat relatief weinig verdachten gedurende het gehele verhoor zwijgen. De uitdaging voor een effectief verdachtenverhoor is dan ook niet zozeer de verdachte aan het praten te krijgen, maar de verdachte over de zaak te laten praten of de betrouwbaarheid van de informatie te onderzoeken. Om dit doel te bereiken zet de politie verschillende verhoortechnieken in om verdachten te stimuleren zo veel mogelijk details te geven over het misdrijf en de betrokkenheid van henzelf en/of anderen daarbij.

De verhoortechnieken die de politie gebruikt zijn maar beperkt van invloed op de mate waarin de verdachte informatie prijsgeeft over de zaak, zo volgt uit de onderzoeksresultaten. Wat wel uit het onderzoek naar voren komt is dat het onder druk zetten van de verdachte, door bijvoorbeeld in te spelen op zijn geweten of emoties dan wel te misleiden met suggestieve vragen en hypothetische situaties, niet méér informatie oplevert over de zaak. Het is juist wanneer politieambtenaren zich neutraal opstellen, open vragen stellen en gebruik maken van beschikbare technische en tactische informatie, dat wél meer informatie over de zaak wordt verkregen.

Zoals bekend, leiden verhoortechnieken waarbij wordt misleid en ingespeeld op emoties, vaker tot valse bekentenissen dan technieken waarbij dit niet het geval is (Kassin e.a., 2010, ‘Police-induced confessions: Risk factors and recommendations’. In: Law and Human Behavior, 34,3-38). Uit het onderzoek volgt dat de aanwezigheid van een advocaat bij het verhoor eraan bijdraagt dat opsporingsambtenaren tijdens het verhoor minder misleiden en minder inspelen op emoties. De aanwezigheid van de advocaat is dus kennelijk een waarborg tegen het gebruik dergelijke verhoortechnieken met een relatief hoog risico op valse bekentenissen.

Aanwezigheid van de advocaat blijkt niet van invloed te zijn op de mate waarin de verdachte informatie over de zaak prijsgeeft. Wel blijken verdachten een voor het strafproces meer waardevolle verklaring af te leggen. Zo blijkt aanwezigheid van de advocaat samen te gaan met verdachten die minder om de zaak heen draaien en proberen het afleggen van een verklaring te ontwijken. De aanwezigheid van de advocaat zorgt dus voor een meer efficiënt verloop van het verhoor, zonder dat dit ten koste gaat van de verklaringsbereidheid van de verdachte.

Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten, adviseren de onderzoekers ten aanzien van het verder professionaliseren van het verhoor, te investeren in het aanleren van verhoorstijlen die op een positieve en neutrale manier verdachten motiveren om hun verhaal te vertellen. Ook zouden mogelijkheden kunnen worden verkend om meer nadruk te leggen op het opbouwen van een samenwerkingsrelatie met de verdachte. Het zou daarbij niet moeten gaan om het doen van beloftes of het sluiten van ‘deals’, maar bijvoorbeeld om snellere en een meer open manier van informatie uitwisseling. Hierdoor weten alle partijen sneller waar ze aan toe zijn, wat uiteindelijk kan bijdragen aan een efficiënter en effectiever verdachtenverhoor.

Wet Raadsman bij politieverhoor
Hoewel de meeste politieambtenaren inmiddels gewend zijn aan de “aanwezigheid” van een advocaat tijdens het verhoor, lijkt nog steeds weerstand te bestaan ten aanzien van het actief verlenen van verhoorbijstand door advocaten. Onlangs heb ik bijvoorbeeld nog moeten verdedigen dat indien discussie bestaat over de vraag of de verklaring van de verdachte op een correcte wijze in het proces-verbaal wordt weergegeven, dit op grond van art. 29a lid 3 Sv. zou moeten worden opgenomen in het proces-verbaal. De politieambtenaar was echter van oordeel dat het mij niet zou zijn toegestaan letterlijk mee te schrijven met het verhoor. Er zou immers niet gewaarborgd zijn dat hetgeen ik had opgeschreven wel gezegd zou zijn. Door mijn opmerkingen in het proces-verbaal op te nemen zou de verklaring van de verdachte geredigeerd worden, en er zou geen enkele reden zijn om te twijfelen aan de correctheid van de wijze waarop het proces-verbaal was opgemaakt. De politieambtenaar voegde daar nog aan toe dat hij alleen mijn aanwezigheid tijdens het verhoor zou moeten tolereren, nu hij geen ontoelaatbare druk op de verdachte zou hebben uitgeoefend. Bovendien zou hij “de regie” hebben over de wijze waarop het verhoor wordt geverbaliseerd. Mijn opmerkingen werden vervolgens ook niet door hem over- dan wel opgenomen in het proces-verbaal.

Weerstand politie
Daarbij moet ik opmerken dit voorbeeld een incident lijkt te zijn. Politieambtenaren lijken over het algemeen genegen om opmerkingen ten aanzien van het verbaliseren van het verhoor, direct in het proces-verbaal over te nemen dan wel aan het eind als opmerking te plaatsen. Desalniettemin lijkt er nog wel weerstand te bestaan tegen bemoeienis met “hun verhoor”. Met name wanneer het gaat om het leveren van verhoorbijstand tijdens het verhoor.

Uit interviews met opsporingsambtenaren voorafgaand aan de invoering van het recht op verhoorbijstand, bleek dat werd gevreesd voor belemmering van de waarheidsvinding wanneer de advocaat structureel bij het verdachtenverhoor aanwezig zou zijn (laat staan zich ermee mogen bemoeien) (Verhoeven & Stevens, 2013, Rechtsbijstand bij politieverhoor. Evaluatie van de aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor in Amsterdam-Amstelland, Groningen, Haaglanden, Limburg-Zuid, Midden- en West Brabant en Utrecht. Den haag: Boom Lemma). Het vermoeden bestond dat verdachten zich vaker en volhardender op advies van hun raadsman zouden beroepen op hun zijgrecht en dat advocaten de aanwezigheid zouden aangrijpen om het verhoor te verstoren. Het uiteindelijke gevolg zou zijn dat de bruikbaarheid van het verhoor als opsporingsmiddel zou afnemen en dat de verklaring van de verdachten als bewijsmiddel in strafzaken aan belang zou inboeten (Fijnaut, C.J.C.F. 2001, De toelating van de raadsman tot het politiële verdachtenverhoor. Een status questionis op de drempel van de eenentwintigste eeuw’. In: Groenhuijsen, M.S. & G. Knigge (red.), Het vooronderzoek in strafzaken. Tweede interimrapport onderzoeksproject strafvordering. Deventer Gouda Quint).

Deze visie is naar het lijkt ook ten grondslag gelegd aan het Besluit inrichting en orde politieverhoor (Stb. 2017, 29) (verder: het Besluit). In het Besluit wordt immers onder art. 5 lid 2 gesteld dat “de raadsman alleen bevoegd is om direct na aanvang van het verhoor en direct voor afloop van het verhoor opmerkingen te maken of vragen te stellen”. In uitzondering hierop wordt in art. 6 vermeld dat de raadsman wel bevoegd is om tijdens het verhoor de verhorend ambtenaar “erop opmerkzaam te maken dat de verdachte een hem gestelde vraag niet begrijpt; dat de verhorende ambtenaar het bepaalde in art. 29, eerste lid, van de wet niet in acht neemt; dat de fysieke of psychische toestand van de verdachte zodanig is dat deze een verantwoorde voortzetting van het verhoor verhindert”. Uit de nota van toelichting volgt dat de wetgever van oordeel is dat het “het ordentelijk verloop van het verhoor niet ten goede zou komen wanneer de raadsman bevoegd zou zijn onbeperkt opmerkingen te maken en vragen te stellen”. Ook advisering tijdens het verhoor zou “de orde en dynamiek van het verhoor kunnen doorbreken”. Er wordt expliciet gesteld dat het aan de verhorende ambtenaar is om te bepalen of de advocaat vaker mag interveniëren dan het besluit bepaalt.

De wetgever stelt dat de orderegels “vooral zijn bedoeld voor gevallen waarin het door een onredelijke opstelling van een raadsman nodig is om een grens te trekken”. De “grens” wordt door de wetgever kennelijk getrokken bij het maken van opmerkingen c.q. stellen van vragen tijdens het verhoor welke niet kunnen worden geschaard onder de in art. 6 geformuleerde uitzonderingssituaties. Doet de raadsman dit wel zonder instemming van de verhorende ambtenaar, dan kwalificeert hij zich volgens de wetgever als onredelijk raadsman.

Advocaat in bevoegdheden beperkt
Door menig strafrechtadvocaat is reeds betoogd dat het Besluit juist beperkend werkt ten aanzien van het kunnen verlenen van effectieve rechtsbijstand, en daarmee op gespannen voet staat met de Europese Richtlijn betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures (nr. 2013/48/EU). Het is niet mijn bedoeling dat hier nog eens dunnetjes over te doen. Wel geeft voornoemd onderzoek aanleiding om de discussie te heropenen. Uit het onderzoek volgt immers dat de belangrijkste aannames waarop de Wet raadsman bij politieverhoor is gebaseerd, niet lijken te kloppen.

Inmenging van de advocaat tijdens het verhoor zou de “orde en dynamiek” van het verhoor (lees: ingezette verhoortechniek) frustreren ten gevolge waarvan minder informatie over de zaak zou worden verkregen zo lijkt de redenatie te zijn geweest. Uit voornoemd onderzoek blijkt nu juist dat verhoortechnieken maar beperkt van invloed zijn op de mate waarin de verdachte informatie over de zaak verstrekt. Van het frustreren daarvan kan dan ook geen sprake zijn. Alleen wanneer de politieambtenaar een open en neutrale houding aanneemt geeft de verdachte meer informatie over de zaak. Om tot verdere professionalisering van het verhoor te komen zou meer de samenwerking moeten worden gezocht. Doelmatige inmenging van de advocaat tijdens het verhoor zou mijns inziens daaraan kunnen bijdragen. Ook vanuit verdedigingsperspectief heeft de verdachte er immers vaak belang bij om te verklaren over zijn betrokkenheid bij het misdrijf dan wel die van anderen daarbij. Indien doelmatig kan en mag worden geïntervenieerd is de verwachting dat sneller en beter informatie wordt uitgewisseld dan nu het geval is.

Professionele procespartij
De ene politieambtenaar is de andere niet, hetgeen evenzo geldt voor advocaten. De ene keer wordt dan ook meer door de verhorende politieambtenaar geaccepteerd dan de andere keer. Uitgangspunt is en blijft echter dat de advocaat tijdens het verhoor in principe geen opmerkingen mag maken dan wel vragen mag stellen (behoudens de in art. 6 geformuleerde uitzonderingen). Hier heeft de wetgever expliciet voor gekozen. Daarmee wordt er niet alleen aan voorbij gegaan dat het verhoor dient ter effectuering van het recht op een eerlijk proces, maar laat de wetgever ook een kans liggen om bij te dragen aan het effectief en efficiënt inrichten van de verhoorsituatie.

Wanneer immers het recht op een eerlijk proces in het geding is, zullen de verhorende ambtenaar en advocaat niet op één lijn zitten betreffende het oordeel of interveniëren is toegestaan. Het is logisch dat indien de politieambtenaar ervan uitgaat dat druk verhogende technieken meer informatie oplevert, hij ook van oordeel is dat inmenging van de advocaat hier afbreuk aan zou doen. Van de politieambtenaar die van nature een neutrale en open houding aanneemt en daarmee een meer efficiënte en effectieve verhoorsituatie creëert, is het juist de verwachting dat hij van nature ook meer toestaat dat de advocaat doelmatig intervenieert.

Het ligt op de weg van de wetgever om de weerstand te doorbreken van de politieambtenaren die ten onrechte vast houden aan druk verhogende verhoortechnieken en niet de samenwerking zoeken. Een middel dat daartoe juist zou kunnen worden ingezet is de advocaat onbeperkt de mogelijkheid te geven opmerkingen te maken en vragen te stellen tijdens het verhoor. Dit dwingt deze politieambtenaren immers, meer dan nu het geval is, in gesprek te gaan met de verdediging en een meer open houding aan te nemen.

De advocaat is een professionele procespartij die ook als zodanig door de wetgever dient te worden bejegend. Indien de bevoegdheid wordt gegeven om tijdens het verhoor onbeperkt opmerkingen te maken en vragen te stellen, is het aan de advocaat om op een professionele en doelmatige wijze gebruik te maken van deze bevoegdheid. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat advocaten dit niet zouden doen. Indien en voor zover al gevreesd wordt voor de onredelijke raadsman zonder realiteitszin die zich tot doel stelt het verhoor te frustreren, biedt het algemeen geformuleerde art. 124 Sv. soelaas. De onredelijke raadsman kan immers ten alle tijde op grond van dit artikel worden verwijderd uit de verhoorruimte.

Het wordt tijd dat de wetgever haar visie gaat herzien en de raadsman toestaat daadwerkelijk aan het verdachtenverhoor deel te laten nemen. Is het niet om recht te doen aan het effectief kunnen verlenen van rechtsbijstand zoals ook is voorgeschreven in de Europese Richtlijn, dan wel om bij te dragen aan het creëren van een meer effectief en efficiënt verdachtenverhoor.

Opmerkingen