Swipe to the left

Affectieschade 2.0

Print
Affectieschade 2.0
By 9 januari 2019 8798 keer bekeken Geen opmerkingen

Vorig jaar schreven mijn collega’s al een blog over de Wet Affectieschade (hierna: de Wet). De Wet (Stb. 2018, 132) en het Besluit Affectieschade zijn op 17 mei 2018 (Stb. 2018, 133) gepubliceerd in het Staatsblad en zijn per 1 januari jl. ingegaan. De affectieschade is daarmee een aparte variant geworden als het gaat om de juridische mogelijkheden van naasten en nabestaanden. Dit bestaat dus naast de shockschade. Sinds 1 januari jl. heeft het Schadefonds Geweldsmisdrijven ook een nieuwe beleidsbundel ontwikkeld (https://www.schadefonds.nl/wp-content/uploads/Beleidsbundel-20190101.pdf), mede gelet op voornoemde ontwikkelingen. Wat is er nu gewijzigd en wat is precies het verschil tussen een vordering uit hoofde van affectieschade en een vordering shockschade?

Affectieschade

Bij overlijden én bij ernstig en blijvend letsel kunnen nabestaanden/naasten affectieschade vorderen: een vergoeding voor het verdriet. Affectieschade valt onder de artikelen 6:107 en 6:108 BW (schade van derden). De schade van de nabestaanden/naasten is een eigen recht en bouwt voort op de aansprakelijkheid jegens het slachtoffer.

De omvang van de bedragen zijn in het Besluit Affectieschade vastgelegd. Het betreft een getrapt model, variërend van vergoedingen tussen de € 12.500,- en € 20.000,- euro.

Er moet sprake zijn van overlijden of van ‘ernstig en blijvend letsel’ bij het slachtoffer. Maar wat is dit nu precies? Duidelijk is in ieder geval dat er sprake moet zijn van zeer ernstig letsel.
De Wet geeft aan dat hiervan sprake is bij 70% ‘functionele invaliditeit’ van het slachtoffer. Dit is een hoog percentage, hetgeen in de praktijk naar verwachting niet vaak zal voorkomen. Ter illustratie, iemand die rolstoelafhankelijk is komt in beginsel ‘maar’ tot 50%, pas bij ernstig traumatisch hersenletsel of algehele blindheid is sprake van 70% functionele invaliditeit.
Los hiervan biedt de Memorie van Toelichting ruimte voor andere zeer ernstige letsels, die blijvende invloed hebben op de relatie. Als voorbeelden worden een ernstige aantasting van de geheugenfunctie en het verlies van het vermogen tot spreken gegeven. Ook zeer ernstig en blijvend medisch objectiveerbaar letsel kan hieronder vallen. Het is aan de rechtspraktijk om hier uiteindelijk een nadere invulling aan te geven.

De kring van gerechtigden is ook afgebakend in de Wet: partners, ouders, kinderen of de genoemde duurzame zorgrelaties. Dit is dezelfde kring, voor zowel nabestaanden als naasten.
Er is een hardheidsclausule voor personen met een vergelijkbare affectieve relatie, maar die drempel ligt hoog blijkens voornoemde Memorie van Toelichting.

Shockschade

In het Taxibus-arrest (NJ 2002/240) is bepaald dat onder bijzondere omstandigheden naasten of nabestaanden recht hebben op shockschade: schade door de confrontatie met een ernstig feit. Het moet daarbij gaan om een schending van een verkeers- of veiligheidsnorm.

De Hoge Raad overweegt dat iemand door deze schending dan niet alleen onrechtmatig handelt jegens het slachtoffer, maar ook jegens degene bij wie door het waarnemen van het ongeval of door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen ervan geestelijk letsel is voortgevloeid.

Bij de kring van gerechtigden overweegt de Hoge Raad dat het met name geldt bij een getroffen naaste, hetgeen ook bij deze vorm van schade er een affectieve relatie moet zijn.
Waar deze drempel lager lijkt te liggen dan bij affectieschade, ligt de volgende drempel een stuk hoger. Een nabestaande/naaste dient namelijk aan te tonen dat er sprake is van letsel in de zin van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld.
Bijzonder aan de shockschade is, dat er geen vaste bedragen aan gekoppeld zijn. Mocht iemand voldoen aan de vorige criteria, dan kan de volledige letselschade worden gevorderd.

Hoe gaat het Schadefonds Geweldsmisdrijven hiermee om?

Sinds 1 januari 2019 kan het Schadefonds ook een tegemoetkoming uitkeren aan naasten van slachtoffers met ernstig en blijvend letsel als gevolg van een geweldsmisdrijf. Hierbij moet het gaan om ‘ernstig en blijvend letsel’ als bedoeld in artikel 6:107, lid 1, onder b van het BW. Het Schadefonds sluit voor de invulling van het begrip aan bij de bedoeling van de wetgever en op termijn bij de invulling door de rechtspraak. Een naaste kan aanspraak maken op een tegemoetkoming van € 5.000,-.

Het Schadefonds kende al tegemoetkomingen voor immateriële schade en eventuele financiële schade aan nabestaanden van slachtoffers van geweldsmisdrijven en dood door schuld (ex artikel 6 WVW 1994 en artikel 307 Sr). Welke personen als nabestaande kunnen worden aangemerkt staat in artikel 3 lid 2 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. Het Schadefonds kan een tegemoetkoming toekennen tot bloedverwanten tot in de tweede graad in de zijlijn (sub e). Dit betekent dat ook de broer of zus in aanmerking kan komen voor een tegemoetkoming, iets wat onder de Wet Affectieschade (in beginsel: want hardheidsclausule) uitgesloten is.

Praktijk

In de tijd van het Taxibus-arrest werd ook overwogen dat er geen plaats was voor een vergoeding van verdriet om een naaste. Sinds de Wet affectieschade kan dit, mits je voldoet aan de criteria, wél. Je kunt nu dus naast de shockschade (volledige letselschade minus verdriet) ook affectieschade vorderen. Cumuleren dus!

De vraag is alleen wat rechters hiermee gaan doen. In het strafproces kan het risico bestaan dat een rechter door de bomen het bos niet meer ziet, doordat de vorderingen door elkaar heen gaan lopen. De vorderingen kunnen dan als een onevenredige belasting van het strafproces worden beschouwd. Daarbij is het risico ook denkbaar dat een rechter alles onder het kopje ‘shockschade’ of ‘affectieschade’ laat vallen, terwijl er toch – zoals hierboven uiteengezet – twee verschillende vorderingen zijn.

Om dit te voorkomen is het de taak van de slachtofferadvocaat om dit panklaar aan te leveren en daarmee de cumulatiemogelijkheid uit te leggen aan de rechter.

Meer blogs lezen van Viviënne van de Port?





Posted in: Strafrecht