Art. 17, lid 3, onderdeel b, Wet VPB 1969, enige bespiegelingen

Loading...
Art. 17, lid 3, onderdeel b, Wet VPB 1969, enige bespiegelingen
15 februari 2018 8640 keer bekeken

Oogmerktoets door middel van de zogenoemde wegdenkgedachte

Met ingang van het jaar 2012 is – wat betreft de objectieve belastingplicht ten aanzien van een aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap – tevens vereist dat de belastingplichtige het aanmerkelijk belang houdt ‘met als hoofddoel of een van de hoofddoelen om de heffing van inkomstenbelasting of dividendbelasting bij een ander te ontgaan’. Zoals uit de parlementaire geschiedenis van het wetsvoorstel, dat heeft geleid tot de invoering van deze voorwaarde, kan worden afgeleid, bestaat deze ontgaanstoets uit twee elementen: een subjectieve toets en een objectieve toets. De subjectieve toets bestaat uit het wegdenken van de directe aandeelhouder en het vervolgens nagaan of na het wegdenken de achterliggende aandeelhouders met betrekking tot de aandelen in de in Nederland gevestigde vennootschap geconfronteerd zouden zijn geweest met een hogere Nederlandse inkomsten- of dividendbelasting. Wat betreft de objectieve toets diende nagegaan te worden of er al dan niet sprake was van een volstrekt kunstmatige constructie. De aanpassing van art. 17, lid 3, onderdeel b, Wet VPB 1969 per 1 januari 2016 als gevolg van de implementatie van de wijzigingen Moeder-dochterrichtlijn beperkte zich, voor zover in dit kader van belang, tot het aanscherpen van de objectieve toets tot kunstmatige constructies. In de kern van de zaak heeft de invoering van de Wet inhoudingsplicht houdstercoöperatie en uitbreiding inhoudingsvrijstelling per 1 januari 2018 niet geleid tot een wijziging van de wijze van invulling van de subjectieve toets en is ‘slechts’ de objectieve toets nader aangescherpt. In het kader van deze Opinie is nog wel van belang op te merken dat vanaf 2018 de subjectieve toets in het kader van art. 17, lid 3, onderdeel b, Wet VPB 1969 nog slechts refereert aan het ontgaan van de heffing van inkomstenbelasting bij een ander.

Dit is het eerste deel van een NTFR Opinie geschreven door prof.dr. R.P.C. Cornelisse. De volledige opinie kunt u hier inzien. Deze Opinie is opgenomen in NTFR nummer 7 van 15 februari 2018 (NTFR 2018/359).




Blijf op de hoogte van onze blogs en meer door Sdu Fiscaal te volgen op LinkedIn
Opmerkingen