More from 'Wendy Alberts'

“Bijzondere” bevoegdheid OM tot wijziging tenlastelegging

8 november 2018
6058 keer bekeken

Afgelopen week werd ik kort voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling geconfronteerd met een wijziging tenlastelegging ex. 314a Sv, waarbij de wijziging van de tenlastelegging bestond uit het toevoegen van twee geheel nieuwe feiten aan drie reeds ten laste gelegde feiten. Voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling waren al twee pro-formazittingen vooraf gegaan en bovendien was het eindproces-verbaal reeds voorafgaand aan de eerste pro-forma zitting gereed. De zaak kon niet eerder behandeld worden nu werd gewacht op de afronding van het pro-justitia onderzoek. Dit riep bij mij de vraag op hoe art. 313 Sv en 314a Sv zich tot elkaar verhouden, en wanneer nog gesproken kan worden van een voorlopige tenlastelegging in de zin van art. 261 lid 3 Sv.

Dubbele tong? Dubbel bevragen!

7 juni 2018
2843 keer bekeken

Alcohol speelt in menig strafzaak een rol. Niet alleen verdachten, maar ook slachtoffers en getuigen moeten regelmatig een verklaring afleggen over een gebeurtenis die plaatsvond terwijl zij onder invloed van alcohol verkeerden. In een eerdere blog heb ik aan de orde gesteld dat in de stafrechtelijke context meer dan eens geheugenverlies wordt geveinsd ten gevolge van alcoholgebruik, en op welke wijze daadwerkelijk geheugenverlies van geveinsd geheugenverlies ten gevolge van alcoholgebruik kan worden onderscheiden (https://www.sdu.nl/blog/ik-weet-het-niet-meer-meneer-de-rechter.html).

De onschuldige verdachte met een alibi; toch zwijgrecht?

3 april 2018
7476 keer bekeken

Voordat ik advocaat werd ben ik op andere, meer gedragskundige terreinen, in het strafrecht werkzaam geweest. Vanuit deze achtergrond ben ik nog altijd geïnteresseerd in nieuw wetenschappelijk onderzoek op het snijvlak van strafrecht en psychologie. Zo stuitte ik tijdens het paasweekend op het onderzoek van de op 7 maart jl. gepromoveerde dr. R. Nieuwkamp van de Universiteit van Maastricht naar de beoordeling van de geloofwaardigheid van alibi’s van onschuldige verdachten (Nieuwkamp, R. (2018)., “Where I was and how I will prove it; on the believability of alibis”, Maastricht University). De vraag die in deze blog centraal staat is in hoeverre de onderzoeksresultaten uit deze dissertatie kunnen worden gebruikt in de strafrechtpraktijk.

Aanwezigheid advocaat bij verhoor leidt tot een meer waardevolle verklaring; is deelneming de volgende stap?

16 november 2017
6749 keer bekeken

Afgelopen september zijn de onderzoeksresultaten gepresenteerd van een door de Erasmus Universiteit verricht onderzoek naar de effectiviteit van het verdachtenverhoor (Verhoeven, W.J. & Duinhof, E., 2017, Effectiviteit van het verdachtenverhoor, Den Haag: Sdu). De resultaten liegen er niet om; verhoortechnieken hebben maar beperkt effect op de mate waarin over de zaak wordt verklaard. Daarentegen leidt de aanwezigheid van de advocaat bij het verhoor juist tot een meer waardevolle verklaring van de verdachte voor het strafproces.

“Ik weet het niet meer meneer de rechter”

15 juni 2017
5436 keer bekeken

Thomas wordt ervan verdacht op vrijdagnacht een serie vernielingen te hebben gepleegd, en een vrouw met een mes te hebben gestoken. Hij voldoet aan het signalement en daarnaast is het paspoort van Thomas op straat aangetroffen, vlakbij de vernielde goederen. Thomas stelt zich alleen nog te kunnen herinneren dat hij na een heftige ruzie met zijn vriendin naar het café op de hoek is gegaan in welke nabijheid de delicten zouden zijn gepleegd, en in korte tijd veel alcohol te hebben gedronken. Thomas stelt wel te willen verklaren nu hij zich niet kan voorstellen zich aan dergelijke feiten schuldig te hebben gemaakt, maar dit niet te kúnnen nu hij zich de avond niet meer kan herinneren.

De zekere getuige

7 april 2017
34057 keer bekeken

“Ik weet het 100% zeker, de dader trok een vuurwapen in een panty omwikkeld”, aldus een beveiliger die kort daarvoor een winkeldief liet ontsnappen uit de zogenaamde ophoudruimte van de betreffende winkel. Toen de beveiliger zich met de winkeldief in de ophoudruimte bevond, vermoedde de beveiliger al dat hij een vuurwapen bij zich droeg, zo stelt de beveiliger zonder dit verder te onderbouwen. Op een gegeven moment zou de winkeldief volgens de beveiliger een vuurwapen uit zijn broeksband hebben getrokken, waarna hij zou zijn gevlucht. Het enige aanvullende bewijs wordt gevonden in de verklaring van een winkelmedewerker die, nadat de beveiliger haar had toegeroepen “hij heeft een vuurwapen” stelt dat zij denkt een vuurwapen bij de winkeldief te hebben gezien.

Identificeren: een vak apart

26 januari 2017
11270 keer bekeken

Een van mijn cliënten werd wederom verdacht van fietsendiefstal, en het voornaamste bewijsmiddel betrof de herkenning op basis van een enkelvoudige fotoconfrontatie. In het dossier bevond zich een verklaring van een buurtbewoner (getuige 1) die vroeg in de morgen wakker werd van piepende geluiden. Toen getuige 1 naar buiten keek zag hij een man met een kalend hoofd bij de fiets van zijn buurman staan rommelen aan het slot, waarna hij zag dat de man de fiets wegnam. De vrouw van de buurtbewoner (getuige 2) was inmiddels ook wakker geworden en nam eveneens waar dat de man de fiets wegnam, waarna zij de politie heeft gebeld.