Swipe to the left

Boosheid is het nieuwe opium voor het volk

Print
Boosheid is het nieuwe opium voor het volk
By 22 januari 2019 7327 keer bekeken Geen opmerkingen

Ik zit nog niet lang op Twitter. De reden waarom ik nog maar net een account heb, is dezelfde reden waarom ik er zo lang niets mee te maken wilde hebben: de boosheid van mensen. Mijn vak confronteert mij dagelijks met boze mensen. Waarom mijzelf daar ook mee confronteren in mijn vrije tijd? Sinds kort denk ik daar dus anders over.

Emoties zijn altijd inherent geweest aan het strafrecht. Daar werd je hoofdzakelijk mee geconfronteerd in de zittingszaal. Niet daarbuiten. De laatste jaren is dat anders. Emoties buiten de zittingszaal, met name boosheid, zijn in mijn beleving tot een kookpunt gekomen.

Boosheid buiten de zittingszaal

Strafrecht is een hot item. Het is onmogelijk een avond TV te kijken, een krant open te slaan of actief te zijn op social media zonder met een lopende strafzaak te worden geconfronteerd. Strafrecht is in deze tijd onderdeel van de amusementsindustrie. Het gaat daarbij nog maar zelden om de verdachte. Er is een niet aflatende honger naar het slachtoffer. Jeroen Pauw en Twan Huys nodigen slachtoffers uit om vervolgens in detail in te gaan op leed dat hen is aangedaan voordat een verdachte is veroordeeld. Wat boosheid erbij? Graag. Dat zorgt voor hogere kijkcijfers. We houden van dit uitvergroten van het menselijk leed, het is als een drug en we moeten het hebben. Dat is niet omdat we zo begaan zijn met het slachtoffer. Echt niet.

Strafzaken leiden meer dan ooit tot aandacht en boosheid. We kennen waarschijnlijk allemaal nog wel het voorbeeld van de Groningse studentenvereniging Vindicat. In 2017 haalde een student van die vereniging het acht uur journaal, omdat hij op het hoofd was gaan staan van iemand die lid wilde worden. Die student werd veroordeeld tot een taakstraf en een maand voorwaardelijk. Vanuit strafrechtelijk perspectief niet veel bijzonders. Strafrechtjuristen komen veel heftigere zaken tegen. Toch was er in de maatschappij grote boosheid en verontwaardiging over het handelen van de verdachte. Ware scheldkanonnades heb ik op Facebook voorbij zien komen.

Rechtspraak

Aan die steeds groter wordende aandacht en boosheid liggen meerdere redenen ten grondslag, maar de belangrijkste is, denk ik, de zogenaamde veiligheidsparadox. Hoe veiliger een land, hoe ernstiger de burger een aanval op zijn veiligheid ervaart. We leggen gedragingen die afwijken van de norm onder het vergrootglas en keuren het vervolgens in spierballentaal keihard af. De verdachte moet niet alleen worden gestraft. Hij moet het liefst ook meteen worden uitgesloten van de maatschappij. Voormalig NRC-columnist Bas Heijne noemde dit treffend een voorbeeld van ‘morele masturbatie’.

Die maatschappelijke boosheid heeft ook invloed op de rechtspraak. Rechtbanken en gerechtshoven die niet de maximumstraf opleggen worden op Twitter, Facebook en in de Telegraaf steevast weggezet als slapjanussen en linkse D’66 rechters. Kritiek die rechters zich hebben aangetrokken in die zin dat de straffen de afgelopen jaren flink omhoog zijn gegaan. Nederland zit daardoor bij de strengst straffende landen van Europa. Maar ook het strengere straffen leidt niet tot vermindering van de boosheid van de burger.

De vraag is waar dit eindigt. De burgers worden namelijk niet minder boos. In het strafrecht lijkt het alleen nog maar te gaan om vergelding waardoor het onderbuikgevoel de overhand krijgt en de ratio naar de achtergrond verdwijnt.

Binnen de rechtspraak is er nagedacht over een oplossing. Zo zien we dat rechters hun oordeel beter uitleggen. Het vonnis of arrest wordt meer in jip-en-janneketaal geschreven en de persrechter staat meteen paraat om het in spreektaal toe te lichten. Hoe nobel ook, dit is geen oplossing voor het probleem. Het simpelweg blijven negeren van de boosheid ook niet. De rechtspraak kan immers maar een maximum aan van druk en afkeuring. Als de burger niet meer instemt met de bestaande rechtsorde, valt het recht om.

Lekenrechters

Als mogelijke oplossing van het probleem van de boze burger wil ik pleiten voor de invoering van leken in de rechtspraak. Geen juryrechtspraak zoals in de VS. Eerder naar het voorbeeld van Duitsland of Noorwegen: beroepsrechters samen met lekenrechters. Mijn oplossing klinkt tegenstrijdig. Burgers in de rechtspraak als remedie tegen de boze burger. Toch is het dit niet. Het vergroot namelijk het vertrouwen in de rechtspraak wat leidt tot een minder achterdochtige en boze burger. Noorwegen kent al lang een vorm van lekenrechtspraak. Daar ligt het vertrouwen van de burger in de rechtspraak vele malen hoger dan in Nederland. Een ander belangrijk voordeel van lekenrechtspraak is dat het de maatschappelijke kennis van het recht vergroot en daardoor meer legitimiteit verschaft. Nog andere voordelen van lekenrechters? Zeker. Denk maar eens aan de aanzienlijke kostenbesparing die het tot gevolg zou hebben.

Voor mij is de belangrijkste voorwaarde voor het invoeren van lekenrechtspraak dat de lekenrechters getalsmatig niet in de overhand zijn op de beroepsrechters. Een meervoudige kamer zou dus samengesteld zijn uit twee beroepsrechters en één lekenrechter.

Een (hernieuwd) maatschappelijk debat

Het idee tot het invoeren van lekenrechters is niet nieuw, maar het heeft te weinig maatschappelijk debat gekend. In 2005 werd in de Tweede Kamer een motie aangenomen om de invoering van lekenrechters te onderzoeken. Prof. mr. Th.A. de Roos deed een vergelijkend onderzoek en kwam tot de conclusie dat er geen dringende noodzaak bestond voor de invoering daarvan. Met het rapport van De Roos was het voor de toenmalige regering meteen klaar. De conclusie hiervan werd overgenomen en sindsdien is het stil over dit onderwerp. Ten onrechte. Wat mij betreft is het tijd om een breed maatschappelijk debat te voeren over het introduceren van lekenrechters in de Nederlandse strafrechtpraktijk.

Posted in: Strafrecht