Swipe to the left

Strafrecht

RSS Feed

ISD-zaken moeten sneller behandeld worden!

By 6 days ago 2843 keer bekeken Geen opmerkingen

Stel je voor: een verdachte gaat in hoger beroep omdat hij het niet eens is met de bewezenverklaring en de opgelegde ISD-maatregel. Zes weken later verlengt de raadkamer de gevangenhouding met 120 dagen en er wordt ook een pro-forma zitting gepland. Een datum voor de inhoudelijke behandeling is er nog niet. De kans is dus groot dat de inhoudelijke behandeling niet binnen deze tijd zal plaatsvinden. En de verdachte zit al die tijd in voorarrest, terwijl dit voorarrest - hoogstwaarschijnlijk - niet in mindering gebracht zal worden op de uiteindelijke twee jaar ISD.

Hoge nood: een anekdote uit de strafpraktijk

By 7 days ago 3056 keer bekeken Geen opmerkingen

Begin deze week op kantoor: "Daan, dat heb ik weer, een zaak met een luchtje, hoe kijk jij hier tegenaan?" Een kantoorgenoot stormt binnen met deze vraag. Hij heeft een zitting die middag en legt mij kort de casus uit. Een man zit in een politiecel en heeft het naar eigen zeggen door de spanningen laten lopen. Hij kon zijn kringspier niet afdoende aanspannen. In het dossier zit een foto van een opgevouwen broek. De betreffende man heeft de broek mét inhoud uitgetrokken en vervolgens als een pakketje klaargelegd. Genereus heeft hij aangeboden om dit pakketje zelf op te ruimen. Desondanks moet hij zich verantwoorden voor de politierechter. Volgens de tenlastelegging heeft hij zich schuldig gemaakt aan het onbruikbaar maken van een politiecel als bedoeld in artikel 350 Sr.

Dwingt het slachtofferdenken tot een tweefasenproces?

By 12 days ago 23229 keer bekeken Geen opmerkingen

Het slachtoffer rukt op in het strafproces: in bijna elke zaak voegt zich een (al dan niet) benadeelde partij; het spreekrecht zorgt ervoor dat de officier van justitie en het (vermeende) slachtoffer soms wedijveren om de trofee voor de meest wraakzuchtige; per 1 januari wordt affectieschade vergoed en als het aan de minister ligt moeten verdachten straks verplicht naar zitting om het slachtoffer in de ogen te kijken. Het probleem is echter dat er tijdens het strafproces nog geen dader is en dat al deze maatregelen ondertussen de woede van (veronderstelde) slachtoffers kanaliseren richting een verdachte.

De twijfelachtige onderbouwing van “strafverzwarende” omstandigheden

By 18 days ago 1604 keer bekeken Geen opmerkingen

De heersende opinie onder velen die niet thuis zijn in de praktijk van het strafrecht – en helaas ten dele ook onder enkelen die wel thuis zijn in het strafrecht – is dat strafvermindering een vies woord is. Elke omstandigheid is strafverzwarend. Begaat iemand een feit lichtvaardig? Strafverzwarend! Begaat iemand een feit daarentegen weloverwogen? Ook strafverzwarend! In de praktijk is het met enige regelmaat opboksen tegen standpunten van dit allooi. Als het argument voor strafverzwaring daarbij al jarenlang wordt ingenomen, soms zelfs in de wet of in richtlijnen verankerd is, bestaat het risico dat een kritische benadering wordt vervangen door herkenning en daarmee een automatische strafverhoging.

PvhHvdBTI&R: "Partij voor het Herstel van de Balans Tussen Instrumentaliteit & Rechtsbescherming”

By 26 days ago 2072 keer bekeken Geen opmerkingen

Op twitter werden een aantal advocaten, waaronder ondergetekende, vandaag door @bartnooitgedagt getagd met de opmerking dat wij betere Ministers voor Rechtsbescherming zouden vormen dan de huidige. Dit als reactie op een aantal tweets waarin (wederom) de nodige kritiek werd geuit op het beleid van deze minister en dus het beleid van deze regering. De afgelopen dagen verscheen in het nieuws, althans in ieder geval in mijn timeline, dat zowel de Nederlandse Orde van Advocaten, de Raad voor de Rechtspraak en Raad voor Strafrechtstoepassing (RSJ) het wetsvoorstel met betrekking tot de wijziging van de voorwaardelijke invrijheidsstelling ontraden, of in ieder geval aanraden dat voorstel te heroverwegen. Het zal mij benieuwen of dat ook daadwerkelijk gebeurt. Bij gelegenheid van eerdere media-aandacht werd dit voorstel door de minister en vertegenwoordigers van andere regeringspartijen immers nog met hand en tand verdedigd. Zowel de minister als bijvoorbeeld kamerlid Van Toorenburg van het CDA stelden dat het verlenen van voorwaardelijke invrijheidsstelling een automatisme zou zijn en dat de grootste criminelen de grootste cadeaus zouden krijgen. In Nieuwsuur zei Van Toorenburg nog dat uit onderzoek zou blijken dat iemand eigenlijk maar effectief twee jaar wordt gevolgd. Sindsdien wordt haar op twitter door advocaat Jeroen Soeteman dagelijks gevraagd aan te geven welk onderzoek dat is, tot op heden zonder reactie. Uit het deze maand verschenen onderzoek van de Erasmus Universiteit, in opdracht van de regering, die daartoe door de tweede kamer was aangespoord, blijkt overigens dat de huidige praktijk goed werkt en dat voorwaardelijke invrijheidstelling bepaald geen automatisme is.

De om aandacht schreeuwende ‘bedreiger’

Bedreiging in de traditionele zin van het woord is van alle tijden en plaatsen. Een gezonde dosis nuchterheid is wél op zijn plaats. Als alle (veronderstelde) ‘bedreigingen’ die dagelijks in onze samenleving worden geuit ook zouden worden gepleegd, dan zou de bevolking behoorlijk uitdunnen. Gelukkig leven wij in ons land niet in díe werkelijkheid.

Kwetsbare personen in het strafproces

By 1 maand geleden 2645 keer bekeken Geen opmerkingen

Vorig jaar maakten wij kennis met het begrip “kwetsbare verdachte”, opgenomen in artikel 28b Sv. Sinds 1 maart 2017 toetst de politie bij de aanhouding van een verdachte of hiervan sprake is. Is dat volgens de politie het geval, dan wordt er, ongeacht de aard en de ernst van het feit, een advocaat toegevoegd op kosten van de Raad voor Rechtsbijstand. De politie dient sinds 1 juni 2018 ook te beoordelen of er bij het doen van aangifte sprake is van een “kwetsbaar slachtoffer”. Dit beoordelen en beschermen komt voort uit de EU-richtlijn ‘Minimumnormen voor slachtoffers’. In het Besluit slachtoffers van strafbare feiten (hierna: het Besluit) worden hierover nadere regels gesteld.

Een strafrechtelijke oplossing voor een dopingprobleem

By 1 maand geleden 1946 keer bekeken Geen opmerkingen

Als (strafrecht)jurist én wielerliefhebber volg ik met een buitengewone interesse de dopingperikelen die de gemoederen in de wielerwereld al jarenlang bezighouden. Ook dit jaar en op dit moment – tussen twee van de drie zwaarste wedstrijden van het jaar: de Ronde van Italië en de Ronde van Frankrijk, die fysiek én mentaal zo veel vragen van de mens die daaraan deelneemt (om deze te winnen) – is doping een onderwerp dat de sportpers flink bezig houdt. En dat is niet zonder reden. Na de bekentenis van Armstrong naar aanleiding van het lijvige rapport van de Amerikaanse dopingautoriteit USADA, leek een nieuw tijdperk aangebroken. Een tijdperk waarin doping niet meer nodig leek te zijn om (als nieuweling) überhaupt mee te kunnen komen met de profs. Als toonbeeld daarvan presenteerde zich in 2010: Team Sky. Dat team zou alles anders doen en daar transparant over zijn. De afgelopen jaren handelen ze echter allesbehalve transparant en als klap op de vuurpijl testte het boegbeeld van Team Sky en (vooralsnog) de winnaar van achtereenvolgens de Ronde van Frankrijk en de Ronde van Spanje in 2017 en de Ronde van Italië in 2018, positief tijdens de Ronde van Spanje. In zijn lichaam was een te grote hoeveelheid salbutamol aangetroffen – kort door de bocht: het ging om de dubbele toegestane hoeveelheid van dit middel dat, met attest, gebruikt mag worden door astmapatiënten.

Rapport wel of niet uitleveren?

Als er een incident plaatsvindt bij een bedrijf dat met gevaarlijke stoffen werkt, wordt er veelal een intern onderzoek gestart. Dat wordt gedaan om soortgelijke incidenten in de toekomst te voorkomen. De medewerkers werken doorgaans mee aan zo’n onderzoek, ze willen immers een veilige werkvloer. Maar wat te doen als het Openbaar Ministerie het onderzoeksrapport vordert?

Uit het leven van een (witwas)officier – op de valreep: over integrale samenwerking bij de bestrijding van overlast en criminaliteit

By 1 maand geleden 3146 keer bekeken Geen opmerkingen

De afgelopen jaren heb ik geregeld geblogd via de website van Sdu. De blog die u nu onder ogen krijgt is mijn laatste. Als de gemeenteraad van Breda ermee instemt zal ik namelijk vanaf vrijdag 8 juni 2018 aldaar wethouder leefbaarheid, veiligheid, duurzaamheid, financiën en parkeerbeleid zijn. Aan mijn tijd als officier van justitie komt dan een eind. Mijn toga hangt niet aan de wilgen maar wel aan een knaapje op een verstopt plekje in mijn werkkamer thuis. Niemand weet hoe het in een mensenleven gaat en misschien keer ik nog wel een keer terug als togadrager. Dus ik bewaar die jurk. Maar ook omdat deze toga voor mij het officier-schap representeert. Ik ben het altijd met trots geweest. Wat er ook over me heen kwam.