Swipe to the left

Civiele lessen voor de strafrechtspraktijk: over de grenzen van het onmiddelijkheidsbeginsel en kwetsbaarheid op zitting

Print
Civiele lessen voor de strafrechtspraktijk: over de grenzen van het onmiddelijkheidsbeginsel en kwetsbaarheid op zitting
By 17 days ago 1574 keer bekeken Geen opmerkingen

Deze blog gaat over twee onderwerpen. Ten eerste over de grenzen van het onmiddellijkheidsbeginsel. Ten tweede over het tonen van kwetsbaarheid ter zitting. De aanleiding voor deze thema's vormen (de commotie naar aanleiding van) de kritische overweging ten aanzien van het pleidooi van Inez Weski (Rechtbank Amsterdam 19 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2504) en (de commotie naar aanleiding van) de kritische Sdu strafrecht blog met betrekking tot onder meer wrakingsverzoeken van Greetje Bos. Eigenlijk gebruik ik die commotie om twee – aan het civiele recht ontleende – onderwerpen voor het voetlicht te brengen.

Over de kwaliteit van het pleidooi van Inez Weski laat ik mij niet uit. Ik ken het niet. Wel merk ik op, dat mr. Weski een gerespecteerd balie-genote is. Ook constateer ik dat een gevangenisstraf van achtien jaar is opgelegd en dat uit het vonnis in ieder geval blijkt dat de rechtbank vele verweren uit de pleidooien van de verdediging heeft gedestilleerd. Het pleidooi omvatte 197 pagina's met vele voetnoten, zo begrijp ik. Met andere woorden: het ging wel ergens over.

Schriftelijke rondes bij complexe zaken
Sinds ruim een jaar werk ik als strafrecht advocaat in een civiele procesomgeving waar met ongeloof wordt gereageerd op de duur van pleidooien en het achterwege blijven van een schriftelijke introductie/ronde in het strafrecht. Meer en meer raak ook ik er van overtuigd dat (in navolging van ontnemingsprocedures) complexe kwesties niet enkel op zitting kunnen worden behandeld. De omgang met het onmiddellijkheidsbeginsel, dat met zich meebrengt dat de rechter recht doet op basis van het materiaal dat door hemzelf of ten overstaan van hem naar voren is gebracht, verdient aandacht.

Een schriftelijke introductie van belangrijke thema's kan voor een goede inhoudelijke behandeling onontbeerlijk zijn. Opmerkelijk genoeg gebeurt dit (zo meen ik op te merken) soms wel bij zittingen waar de tijd beperkt is. Daar worden pleitaantekeningen soms op voorhand toegezonden, zodat de beperkte tijd efficiënt kan worden benut. Het is onbegrijpelijk dat dit niet (vaker) ook bij juist complexe dossiers gebeurt. Dit is dus een pleidooi voor het invoeren van schriftelijke rondes in complexe zaken. Op die manier kunnen de procesdeelnemers zich beter voorbereiden op een inhoudelijk debat. Dit nog los van het feit, dat niemand zit te wachten op eindeloze pleidooien en requisitoirs. Het lijkt er op, dat een schriftelijke ronde ook in deze zaak had kunnen helpen.

Het vorengaande neemt niet weg, dat het opmerkelijk is dat de rechters zich in het onderhavige vonnis rechtstreeks en kritisch over de verdediging uitlaten. Dergelijke persoonlijke en kritische vonnissen zie je zelden. Betreurenswaardig is, dat – althans dat blijkt niet uit het vonnis – de rechters de advocate ter zitting niet (kritisch) hebben bevraagd om kennelijk verduidelijking te krijgen. Wat mij betreft schiet het vonnis in de verantwoording op dat punt tekort.

Een arena voor een scherp inhoudelijk debat
Dit brengt mij bij het tweede punt: kwetsbaarheid ter zitting. Op de zitting zelf is het vaak moeilijk in te schatten hoe de rechter “in de wedstrijd zit”. Is hij ontvankelijk voor argumenten die naar voren worden gebracht, zijn er specifieke onderwerpen waar hij kritisch op is (eerder besproken in de sluitingszittingsrede van de Haagse Balie)? Of zoals in de zaak van Weski, begrijpt de rechter wat de advocaat bedoelt, waarbij de vraag waarom een verweer niet begrepen wordt minder interessant is? Enige terughoudendheid bij de rechter is begrijpelijk. Al was het maar omdat hij de indruk moet wekken onbevooroordeeld te zijn en hij anders het door Greetje Bos beschreven risico tot wraking loopt. Maar hoe vervelend is het niet om later kennis te moeten nemen van een onwelgevallige en niet verwachte uitspraak van die rechter en in wiens belang is dat? Betrokkenen moeten op zitting de belangrijkste onderwerpen uit het dossier op het scherpst van de snede met elkaar kunnen bespreken. Advocaten en rechters dienen elkaar daarvoor dan wel op zitting de ruimte te bieden, door zich enigszins kwetsbaar op te stellen en de ander niet te snel in de hoek te zetten vanwege die kwetsbaarheid.

Een goede behandeling van complexe strafzaken is mijns inziens dus gebaat bij schriftelijke introducties en vervolgens scherpe inhoudelijke debatten op zitting. Test de verdediging en het Openbaar Ministerie op zitting. Dit komt de kwaliteit van beslissing ten goede en het voorkomt een (te) koude douche bij de uitspraak.

















Posted in: Strafrecht