Data als vrijkomend sloopmateriaal?

Data als vrijkomend sloopmateriaal?
24 april 2019 1561 keer bekeken

Nergens zijn je data meer waard dan in Helmond. Enige weken geleden berichtte Financiële Dagblad over plannen voor een futuristische nieuwbouwwijk aldaar: Brandevoort II. Hier zijn woningen gepland met sensoren die het doen en laten van de bewoners nauwkeurig registreren. Dit levert data op die te gelde gemaakt kunnen worden. Bewoners die akkoord gaan met het aldus vermarkten van hun persoonlijke gegevens krijgen een korting op hun huurprijs, zo is het idee.

Omzien naar een oratie

Ik heb het betreffende krantenbericht met meer dan gemiddelde interesse gelezen. Betalen met data was immers ook het onderwerp van mijn recente oratie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. De specifieke plannen voor Brandevoort II waren op dat moment nog niet bekend; mijn beschouwingen richtten zich op techbedrijven zoals Whatsapp, Facebook, Twitter en Snapchat, bedrijven waarvoor het verzamelen en te gelde maken van gebruikersdata een cruciaal onderdeel vormt van de bedrijfsvoering. Vanuit mijn vakgebied – de btw – bezien is het dan de vraag of de data die gebruikers van deze ‘gratis’ internetvoorzieningen met hun gebruik genereren een btw-relevante betaling in natura opleveren. Techbedrijven zouden dan btw verschuldigd zijn over de waarde van de ontvangen gegevens.

Belastbaar voor de btw?

Voor btw-heffing moet echter een rechtstreeks verband bestaan tussen een prestatie (‘gratis’ toegang tot bijvoorbeeld Facebook) en een tegenprestatie (het verstrekken van data door de gebruiker). Wat dat precies betekent, heeft het HvJ duidelijk gemaakt in het arrest Tolsma. Hier ging het om de mogelijke btw-belastbaarheid van de betalingen die een orgeldraaier in de Friese hoofdstad van passanten ontving.

Orgeldraaier Tolsma bracht muziek ten gehore op de openbare weg. Het langslopende publiek kon doorlopen, blijven staan, vriendelijk glimlachen, Tolsma straal negeren, maar ook een willekeurig bedrag betalen. Tolsma had geen recht op betaling, het publiek had geen recht op muziek. Dat toch muziek werd gemaakt en in voorkomend geval hiervoor werd betaald, was de eigen spontane keuze van partijen en vloeide niet voort uit tussen hen gemaakte afspraken. Onder dergelijke omstandigheden ontbreekt een rechtstreeks verband tussen prestatie en tegenprestatie en is btw-heffing niet aan de orde, zo overwoog het HvJ.

Tolsma blijkt inmiddels de uitzondering; geen btw bij echt vrijwillige betalingen. In normale handelsbetrekkingen zal van een dergelijke vrijwilligheid niet snel sprake zijn. Als het gaat om het ter beschikking stellen van de eigen persoonsgegevens, dat wil zeggen data die tot de betreffende persoon te herleiden zijn, past evenwel een kanttekening. Deze kanttekening houdt verband met de huidige privacyregels die de verhandelbaarheid van persoonlijke data beperken.

Dit is het eerste deel van een NTFR Opinie geschreven door prof.dr. Redmar Wolf. De volledige opinie kunt u hier inzien. Deze Opinie is opgenomen in NTFR nummer 16 van 18 april 2019 (NTFR 2019/955).


Blijf op de hoogte van onze blogs en meer door Sdu Fiscaal te volgen op LinkedIn
Opmerkingen