Swipe to the left

Een goed pv, daar vang je boeven mee?

Print
Een goed pv, daar vang je boeven mee?
By 16 januari 2019 17352 keer bekeken Geen opmerkingen

Begin januari werd bekend dat het Openbaar Ministerie Noord-Holland in een zaak tegen twee politieambtenaren en een officier van justitie, heeft besloten om géén strafrechtelijke vervolging ter zake van valsheid in geschrifte in te stellen. Weliswaar is er sprake van een strafbaar feit, maar gelet op de omstandigheden (de valsheid zou geen betrekking hebben op de inhoud van de verklaring) en de gevolgen (de rechtsgevolgen die de rechtbank hieraan op de voet van art. 359a Sv heeft verbonden én de media-aandacht) ligt een disciplinaire afdoening meer in de rede, aldus het OM. Je kunt hier het nodige van vinden. Je zou kunnen aanvoeren dat er met twee maten wordt gemeten, nu advocaten zich in soortgelijke omstandigheden weldegelijk voor de strafrechter dienen te verantwoorden (zie bijvoorbeeld Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 27 juni 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:2861). Wij zullen de vraag naar een passende afdoening verder onbesproken laten en deze casus enkel als illustratie aanstippen voor een bestaand probleem in de rechtspraktijk: het onjuist relateren door verbalisanten. In de tijd van bezuinigingen en hoge werkdruk zullen wij betogen dat meer dan voorheen een oplettende advocatuur en een kritischere rechtspraak is vereist om niet door de rechtstatelijke bodem te zakken.

Casus: onjuistheden proces-verbaal

Nog even terug naar de betreffende casus. Wat was het geval? Er is door een drietal advocaten aangifte gedaan van valsheid in geschrifte vanwege onjuistheden in een proces-verbaal van een getuigenverhoor. In het persbericht van het Openbaar Ministerie is te lezen dat de valsheid geen betrekking heeft op de inhoud van de getuigenverklaring, maar dat het om procedurele fouten van de politieambtenaren gaat. De voormalige officier van justitie heeft in de betreffende strafzaak (een levensdelict-zaak) doelbewust deze getuigenverklaring in het strafdossier gevoegd, terwijl zij wist dat daarin aantoonbare onjuistheden stonden. Eén van de consequenties was dat één van de verdachten in de strafzaak zeer waarschijnlijk een tijd ten onrechte in voorlopige hechtenis door heeft moeten brengen.

De rechtbank in Assen (Rechtbank Noord-Nederland 6 april 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:1261) heeft het handelen van deze officier van justitie als misleidend bestempeld. Misleidend handelen dat de kern van het strafproces raakt:

“Een ambtsedig proces-verbaal vormt immers, gelet op de bewijswaarde daarvan, in het strafproces vaak een cruciale rol en alle procespartijen dienen zonder meer op de juistheid van een dergelijk proces-verbaal te kunnen vertrouwen.”

Het resultaat van dit alles? De rechtbank heeft bij drie van de vier verdachten een aanzienlijke strafvermindering toegepast en het Openbaar Ministerie is in de vierde zaak niet-ontvankelijk verklaard in zijn vervolging.

Belang juistheid processen-verbaal

Het proces-verbaal is een belangrijk basisdocument voor het gehele strafproces. Het is een controlemiddel voor de verdediging van hetgeen is gebeurd tijdens het opsporingsonderzoek en mogelijk een bewijsmiddel voor de strafrechter. In art. 344 lid 2 Sv is de unieke bewijswaarde van een dergelijk proces-verbaal vastgelegd: “Het bewijs dat de verdachte het telastegelegde feit heeft gepleegd, kan door de rechter worden aangenomen op het proces-verbaal van een opsporingsambtenaar.” Een veroordeling op basis van één proces-verbaal is dus mogelijk.

Twijfel aan de juistheid

Enkele jaren geleden bleek uit een enquête dat een ruime meerderheid van de Nederlandse strafrechtadvocaten regelmatig twijfelt aan de juistheid van door politieambtenaren opgestelde processen-verbaal. De fouten lopen uiteen van onbewuste, kleine weglatingen - die bijvoorbeeld kunnen leiden tot vertraging in de rechtsgang - tot moedwillige vervalsingen.

Die onbewust ogenschijnlijk kleine weglatingen zien we vaak bij verhoren. Juist omdat zo'n verhoor een zakelijke weergave behelst van hetgeen is gezegd, kunnen er onbewust cruciale details worden weggelaten. Ook het verkeerd interpreteren van een intonatie zou hieronder kunnen vallen. Zo is een casus binnen ons kantoor bekend dat de zinsnede 'Is mijn zoon?' na het tonen van een foto ten onrechte als herkenning ('Is mijn zoon!') werd gerelateerd.

We naderen de grens met de moedwillige vervalsingen als het gaat om het selectief uitluisteren van OVC-gesprekken. Met een beetje goede wil, zou je kunnen zeggen dat de één nou eenmaal meer hoort dan de ander en dat het niet-opnemen van een deel van het gesprek bij de uitwerking van het OVC-gesprek, niet zonder meer moedwillige vervalsing oplevert. In diezelfde categorie valt het interpreteren van camerabeelden. Het gaat al meer richting de moedwilligheid indien de verbalisant als aangever c.q. benadeelde partij betrokken is. Reden waarom in de literatuur al is bepleit om de bijzondere bewijskracht in die situatie af te schaffen.

Ook politiewerk is mensenwerk, maar feiten verdraaien, dat kan gewoon niet. Een inval in een woning omdat van ‘buiten naar binnen’ de hennep zichtbaar was, terwijl vaststaat dat raamfolie op de ruiten was aangebracht, is gewoon sabotage. Dat is het moedwillig verdraaien van de feiten. Onder feiten verdraaien valt naar onze mening ook het in de inleiding genoemde geval. Een soortgelijk iets zagen wij recent ook in ons eigen Den Haag. Een getuige, zijnde de beste vriendin van aangeefster en overigens enige (objectieve) getuige in de strafzaak, heeft haar verklaring vooraf op papier gezet en gemaild naar de verbalisant. De verbalisant heeft dit vervolgens zonder nadere vragen integraal in een 'proces-verbaal van verhoor getuige' opgenomen. De handtekening van de getuige is de verbalisant bij haar thuis gaan ophalen, terwijl in het proces-verbaal stond vermeld dat de getuige drie weken eerder op het politiebureau was verschenen, aldaar is verhoord en de verklaring aldaar heeft ondertekend, na deze te hebben doorgelezen en na te hebben verklaard daarin te willen volharden. Op deze manier worden feiten verdraaid en procesdeelnemers op het verkeerde been gezet.

In diezelfde lijn noemen wij een ander recent voorbeeld uit onze eigen praktijk waarbij een bestuurder van een snorfiets uit het oog is verloren door de verbalisant. Omdat cliënt eerder op de snorfiets heeft gereden, is de verbalisant 24 uur later naar het huis van cliënt gereden. Daar stond (24 uur later) de snorfiets. In het proces-verbaal wordt gerelateerd over een staandehouding en een verklaring van de staande gehouden verdachte. Dat is apert onjuist en door middel van een aanvullend proces-verbaal werd een en ander rechtgezet (en cliënt werd vrijgesproken).

Zorgen om de kwaliteit

Deze zorgen om de kwaliteit van processen-verbaal worden overigens ook door de politie en het Openbaar Ministerie erkend. Een belangrijke vaardigheid van politieambtenaren is het vermogen om een proces-verbaal op te maken dat voldoet aan de juridische standaarden. Een belangrijke oorzaak van foutieve processen-verbaal is een gebrek aan inzicht van politieambtenaren in het belang van een proces-verbaal in ons Nederlandse rechtssysteem. “Het opmaken van een proces-verbaal wordt nog te veel beschouwd als papieren rompslomp. Wie is er nu nog trots op een mooi proces-verbaal?”, zo volgde uit een onderzoek naar de kwaliteit van processen-verbaal van de Politieonderwijsraad.

Om de kwaliteit van het proces-verbaal structureel te verbeteren, hebben politie en Openbaar Ministerie landelijk een kwaliteitsprogramma opgericht onder de naam: “Een goed pv, daar vang je boeven mee”. Het biedt, volgens de inleiding, ‘een handreiking om meer inzicht te verkrijgen in de juridische inhoudelijke eisen (het hoe en waarom) van een pv.’

Slot

Maar al het bijspijkeren van de inhoudelijke juridische kennis bij politieambtenaren ten spijt, de toenemende bezuinigingen en hoge werkdruk bij de politie zullen hun weerslag hebben op de kwaliteit van het politiewerk. Méér dan voorheen wordt een beroep gedaan op een oplettende en kritische advocatuur. Hoewel strafrechtadvocaten dus regelmatig twijfelen aan de juistheid van een proces-verbaal, is het in de praktijk bijzonder lastig om dit aan te tonen. Te meer nu rechters niet happig zijn om verzoeken dienaangaande toe te wijzen. Het horen van verbalisanten, verzoeken om aanvullende processen-verbaal of het opvragen van stukken die (nog) geen onderdeel uitmaken van het dossier zijn echter nodig om fouten aan het daglicht te brengen. Een kritische rechter zal de verdediging in de gelegenheid moeten stellen om dit onderzoek naar onherstelbare fouten nader te onderbouwen en een kritische rechter moet (in de lijn met Rechtbank Assen) ook niet bang zijn om harde consequenties te verbinden aan de geconstateerde onherstelbare fouten. Enkel met een juist pv, vang je boeven. Met een niet juist pv ook, maar dan andere.

Meer blogs lezen van Daan Cornelissen?

Posted in: Strafrecht