Swipe to the left

Een minister voor Rechtsbescherming is meer dan ooit nodig

Print
Een minister voor Rechtsbescherming is meer dan ooit nodig
By 12 februari 2019 173603 keer bekeken Geen opmerkingen

Een kantoorgenoot zei recent dat men in Den Haag eens met wat meer liefde over het strafrecht zou moeten praten. Dat vind ik ook. Electoraal klinkt het stoer om daders “keihard aan te pakken” en “streng te straffen” maar strafrecht is zoveel meer dan electoraal wapengekletter, strafrecht gaat over mensen. In het politieke debat levert het weinig of geen stemmen op als men daders of verdachten bestempelt als mensen. Daarom worden deze mensen veelal maar aangeduid met algemeenheden als (of gestigmatiseerd tot) “criminelen”, “tuig”, “doodrijders”, “kopschoppers”, “asocialen”, “gevangenen” en wat dies meer zij. Waarom zouden zij recht hebben op door de overheid gefinancierde rechtsbijstand? Wat moeten niets ontziende monsters überhaupt met rechten?

Kennelijk levert de ontmonstering van onze verdachte medeburgers geen stemmen op.

Sinds enkele jaren kennen we in Nederland een minister voor Rechtsbescherming. Juist van een minister met die portefeuille mag je verwachten dat hij oog heeft voor het enige onderwerp waarvoor hij in het leven geroepen is: de rechtsbescherming. Om die taak goed te kunnen vervullen, is het goed om voorbeelden te kennen. En die voorbeelden ook eens te benoemen in debatten, opdat het debat niet voor de zoveelste keer het vaste, gespinde stramien van algemene stigma’s volgt, waarin politici over elkaar heen buitelen als het gaat om streng, strenger, strengst en de overtreffende trap van strengst.

In de hoop dat de minister deze blog leest, noem ik voor de vuist weg vier voorbeelden uit mijn eigen praktijk. Omwille van de lengte van deze blog ga ik niet in op allerlei strenge wetgeving waar mijn onderstaande cliënten mee te maken kregen. De voorbeelden die ik geef, zijn ook voorbeelden die passen in de huidige discussie over de gefinancierde rechtsbijstand: het is bekend dat de minister perverse prikkels in het systeem ziet, de advocatuur zou uit financieel oogpunt een voorkeur hebben om te procederen in plaats van te schikken. Ook is bekend dat de minister meent dat veel procedures met een enkel telefoontje kunnen worden opgelost.

Leest u onderstaande voorbeelden met in het achterhoofd het stigma van “de crimineel”, de perverse prikkel en het oplossingsgerichte telefoontje.

Zaak 1

Cliënt heeft – omdat hij zich bedreigd voelde – op een avond de plaats van een ongeval verlaten. Twee dagen na het ongeval schrijft hij de politie een brief, waarin hij onder andere vastlegt dat hij zich de ochtend na het ongeval telefonisch heeft gemeld bij de politie. Dit laatste maakt dat het volgens de wet onmogelijk is om hem te vervolgen. De recherche heeft dit niet onderkend. Het OM evenmin, het legde een strafbeschikking op van 1000 euro boete (tweemaal meer dan gebruikelijk). Cliënt stelde verzet in, daarna kwam hij bij mij. Een gedaan sepotverzoek werd – na diverse herinneringen van mijn kant – afgewezen. De eis van de officier op zitting: OM niet-ontvankelijk…

Is cliënt een crimineel? Nee. Wilde de verdediging de advocaatkosten beperken? Ja. Wilde de verdediging de zaak voortijdig afdoen? Ja. Is de overheid debet aan de relatief hoge advocaatkosten? Ja.

Zaak 2

Cliënt heeft een evenemententerrein verlaten. Op een zeker moment wilde hij terug het terrein op om nog even aan iemand een bericht door te geven. De beveiliging stond dit niet toe. Cliënt bleef voor de ingang staan. De beveiliging vorderde enkele malen hem te vertrekken. Cliënt deed dit niet, waarna hij verdacht werd van erfvredebreuk. Gevolg: een strafbeschikking van een paar honderd euro boete. Uit het dossier bleek simpelweg dat cliënt het festivalterrein niet had betreden en dat de beveiliging geen bevoegdheid had om iemand weg te sturen op de reguliere openbare weg. Het ingediende verzet leidde niet tot heroverweging van de eerdere beslissing. De eis van de officier op zitting: vrijspraak…

Is cliënt een crimineel? Nee. Wilde de verdediging de advocaatkosten beperken? Ja. Wilde de verdediging de zaak voortijdig afdoen? Ja. Is de overheid debet aan de relatief hoge advocaatkosten? Ja.

Zaak 3

Cliënt haalt iemand met zijn auto op in een winkelgebied. De andere persoon heeft aantoonbaar iets gestolen. Buiten dat wat de passagier gestolen heeft, wordt in de auto van cliënt kleding aangetroffen met labels eraan. Cliënt verklaart op dag 1 van zijn aanhouding tot in detail waar die kleding vandaan komt (korte samenvatting: het is een restpartij). De recherche – diefstal of heling vermoedend - controleert zijn verhaal niet. Cliënt wordt nadien niet meer gehoord, op dag 3 wordt hij heengezonden. Ter gelegenheid van een zogeheten OM-zitting heb ik een sepot voorgesteld. De reactie: het is niet de bedoeling om inhoudelijk te discussiëren over het dossier. De eerste zitting bij de Politierechter eindigde daarna in een nietige dagvaarding. De tweede zitting – dit betrof een door de verdediging ingediend verzoek einde zaak ex art. 36 Sv - eindigde in een ongegrondverklaring, de officier van justitie had namelijk aangegeven alsnog snel te zullen dagvaarden. De eis van de officier van justitie tijdens die derde zitting: vrijspraak…

Is cliënt een crimineel? Nee. Wilde de verdediging de advocaatkosten beperken? Ja. Wilde de verdediging de zaak voortijdig afdoen? Ja. Is de overheid debet aan de relatief hoge advocaatkosten? Ja.

Zaak 4

Cliënt heeft diep in de nacht op een lege snelweg aanzienlijk te hard gereden. Gevolg: zijn rijbewijs wordt ingevorderd. Ruim drie maanden later neemt hij contact met mij op, wanneer mag hij weer rijden? Al snel bleek dat het OM de ontvangst van zijn rijbewijs niet geregistreerd had. Gelukkig had cliënt schriftelijk bewijs dat hij zijn rijbewijs bij de politie had ingeleverd. Tot ons ongeloof vond het OM (na rappèl) dat de computerregistratie van de RDW voorging: volgens dat systeem moest cliënt toch echt zijn rijbewijs zelf nog hebben... Op mails en herinneringen werd niet meer gereageerd. Telefonisch gaf het OM daarna nog aan dat het de verantwoordelijkheid van onze cliënt zelf was om na te gaan of zijn rijbewijs bij het OM was aangekomen. Kafkaïaans. Cliënt had gedaan wat de overheid van hem verlangde, hij had zijn rijbewijs ingeleverd bij de autoriteiten en het OM verheft cliënt tot verantwoordelijke van het posttraject tussen politie en OM. Pas toen ik na enkele weken getouwtrek de hulp van de (mij persoonlijk bekende) landelijk verkeersofficier inriep, is de kwestie opgelost en geschikt. Met op kosten van de overheid een nieuw rijbewijs voor mijn cliënt.

Is cliënt een crimineel? Nee. Wilde de verdediging de advocaatkosten beperken? Ja. Wilde de verdediging de zaak schikken/regelen? Ja. Is de overheid debet aan de relatief hoge advocaatkosten? Ja.

Slot

Het zijn zomaar vier voorbeelden uit de eigen praktijk. Een praktijk van één enkele advocaat met relatief weinig politierechterzittingen. Vier zaken die gaan over hele gewone burgers, burgers die in niets crimineel zijn. Inmiddels verworden tot burgers die met recht en reden een nare nasmaak hebben van het overheidsoptreden. Die zich niet gehoord voelden. Voor wie in ronduit eenvoudige zaken rechtsbescherming noodzakelijk was: de overheid dendert door, geeft niet thuis en poeiert af. Tot de advocaat de juiste persoon kent bij het OM (zaak 4) of tot eindelijk en pas na jaren (zaken 1, 2, 3) de officier op zitting met het schaamrood op de kaken erkent dat de verdediging toch gelijk had.

Ik wacht met smart op het beleid van de minister dat we tal van zaken kunnen oplossen met een telefoontje. Ik wacht met smart op een persbericht van de minister waarin hij zijn suggestie dat de advocatuur zich laat leiden door perverse prikkels intrekt. Ik wacht met smart op de minister die publiekelijk laat zien dat hij praktijkvoorbeelden kent en die laat zien dat hij weet dat zijn beleid en zijn plannen niet over criminelen maar over mensen gaan. Ik wacht ook met smart op de minister die laat zien dat hij de meest indrukwekkende brief die vanuit de praktijk aan hem is geschreven (https://cleerdin-hamer.nl/hoe-de-hazen-lopen-brief-aan-minister-dekker/) serieus neemt. En dat hij daar werk van maakt. Ik wacht met smart op de minister die niet met de vinger wijst naar de advocatuur – die zich al jarenlang constructief opstelt – maar eerst eens kritisch naar de eigen gelederen kijkt.

Een minister voor Rechtsbescherming is meer dan ooit nodig.

Meer blogs lezen van Anno Huisman?


Posted in: Strafrecht