Een nieuwe regering! Lessen voor de OR?

Een nieuwe regering! Lessen voor de OR?
18 januari 2022 247 keer bekeken

Eindelijk! Na een jaar ploeteren is er dan toch een nieuwe regeringsploeg. En voordat de dames en heren aan de slag gaan, is er eerst nog het een en ander aan formaliteiten af te handelen. Regeringsverklaring, constituerend beraad, inauguratie… Als er een nieuwe ondernemingsraad aantreedt gaat dat doorgaans met minder tromgeroffel gepaard. Kan de OR iets leren van de manier waarop de regering aan zijn nieuwe termijn begint?

 

De verkiezingen voor de OR zijn achter de rug, de uitslag is bekend… en de nieuwe OR kan meteen aan de slag. In veel ondernemingen wordt dat gemarkeerd met een installatievergadering en soms wordt dat constituerende vergadering genoemd, of wordt een andere gewichtig klinkende benaming gebruikt, maar daarna is het gewoon werk aan de winkel. Ook staat er vaak een cursus gepland, waar de wet wordt uitgelegd, de eerste stappen worden voorbereid en de OR tot een team gesmeed (al vergt dat laatste natuurlijk meer tijd). Ook komt vaak de bestuurder op bezoek om de samenwerking te bespreken. Maar in feite is er niks vastgelegd hierover. Volgens de WOR kan de OR dus meteen aan de slag na de verkiezingen.

Ceremonieel

Nu is het ook niet nodig om de manier waarop de aftrap wordt gegeven, vast te leggen in de wet. Maar het zou wel goed zijn als elke onderneming hierover een bepaalde werkwijze vastlegt. Niet alleen om het de nieuw aantredende ploeg (zeker als daar veel nieuwe leden in zitten) wat makkelijker te maken, of wat praktische dingen te regelen – het kan ook de communicatie naar de achterban vergemakkelijken. Die moet immers ook weten dat er een nieuwe ploeg is aangetreden en dat beklijft makkelijker als dat met enig ceremonieel gepaard gaat, in plaats van een simpele mededeling via de mail.

Aftrap op twee manieren

In de praktijk zien we twee vormen van ‘aftrappen’, die al dan niet gecombineerd kunnen worden: de ‘beginselverklaring’ van de OR (meestal verpakt als missie/visie document) en het medezeggenschapsconvenant tussen ondernemer en OR. De beginselverklaring (we gebruiken hier even deze term, maar diverse andere termen komen vaker voor) is een document waarin de OR zijn intenties voor de komende zittingsperiode uiteenzet. Meestal is dit een product van de eerste cursusdagen en bedoeld als richtsnoer voor de OR-leden, zodat ze als team kunnen werken aan gemeenschappelijke doelen. Het kan ook dienstdoen als een verklaring naar de buitenwacht (zowel ondernemer als achterban), zodat deze weten wat ze kunnen verwachten van de OR. Het past in een opvatting over OR-werk die stelt dat een OR pas echt succesvol kan zijn als deze strategisch en ‘pro-actief’ opereert en assertief het overleg invult. Mijn ervaring met ondernemingsraden die een dergelijke aanpak voorstaan is, dat dit vaak moeilijk te verwezenlijken is. Een OR is vaak meer operationeel ingesteld, reageert meer op gebeurtenissen dan dat hij erop vooruitloopt en heeft moeite om zich aan beginselen (uitgangspunten, randvoorwaarden en dergelijke) te houden – zeker als er in de OR mensen zitten die verschillende groepen vertegenwoordigen of uitgesproken eigen opvattingen hebben. OR-leden worden in de regel op persoonlijke titel gekozen en dan is het niet vanzelfsprekend dat je een programma onderschrijft. Je houdt als OR-lid ook graag je handen vrij om te kunnen oordelen naar de omstandigheden van het moment. Een programmatisch opererende OR moet daarom vaak de strijd aangaan met de waan van de dag – een probleem waar overigens ook menig management-team mee te maken heeft, dat planmatig te werk wil gaan.

Medezeggenschapsconvenant

Zelf ben ik meer voorstander van een medezeggenschapsconvenant: een afspraak tussen ondernemer en ondernemingsraad over hoe de medezeggenschap in de onderneming gestalte krijgt. Zo’n convenant kan, als het eenmaal is opgesteld, dienstdoen als codificatie (= het in regels vastleggen) van de medezeggenschapscultuur, die vervolgens ook voor toekomstige bestuurders en OR’s als richtsnoer kan dienen.

Niet alle OR’s zijn enthousiast over dit idee, als ik dit aan hen voorleg – laat staan hun bestuurders. “We hebben de wet toch al? Moet je dan nog meer regels gaan opstellen?” is vaak hun eerste reactie. Bestuurders zijn bang dat zo’n convenant uitdraait op extra bevoegdheden voor de OR. Beide tegenwerpingen berusten echter op een misverstand. Op de eerste plaats bevat de WOR tal van bepalingen die om een extra invulling vragen. Zo is er bij het adviesrecht van de OR vaak de vraag wanneer een besluit zo belangrijk is dat het voor advies in aanmerking komt. Ook dienen OR en bestuurder afspraken te maken over de faciliteiten voor OR-leden (waarbij de wet een minimum vaststelt, voor als beide partijen er niet uitkomen). En een aantal afspraken over de gang van zaken tijdens overlegvergaderingen (voorzitterschap, verslaglegging, agendering en verdere voorbereiding e.d.) is ook niet overbodig. Zaken die prima in een convenant geregeld kunnen worden.

Meerwaarde overleg

Maar de meerwaarde van een convenant zit hem in het feit dat partijen kunnen vastleggen waartoe het overleg dient – wat de meerwaarde is van het overleg tussen ondernemer en ondernemingsraad, boven en naast andere vormen van participatie door en communicatie met de verschillende medewerkers. Het convenant kan vastleggen hoe vertrouwelijkheid inhoud krijgt, hoe transparant de beleidsvorming in de onderneming plaatsvindt en welke rol de OR daarbij krijgt. Ook kan het convenant iets zeggen over tijdstip waarop de OR geïnformeerd wordt over en betrokken wordt bij belangrijke besluiten, zodat zijn invloed niet zozeer formeel correct is, maar juist wezenlijk bijdraagt aan de kwaliteit van de besluitvorming. De WOR zegt immers dat het advies van de OR ‘wezenlijke invloed’ op de besluitvorming moet hebben. Ligt dat eenmaal zwart op wit vast, dan schept dat verplichtingen.

Kortom: een medezeggenschapsconvenant kan helderheid geven over de diverse bepalingen uit de WOR, die wellicht tot geschillen tussen ondernemer en OR kunnen leiden, net op de momenten dat het niet goed uitkomt. En die helderheid is dan niet afkomstig van externen (bedrijfscommissie, juristen of rechtbank), maar gebaseerd op afspraken die beide partijen eerder hebben gemaakt. Net als bij een regeerakkoord, dat helderheid biedt als partijen toch moeilijke besluiten moeten nemen. Of past dat niet langer in een nieuwe bestuurscultuur..?

 

Lees ook de Practice note Verkiezingen: https://inzicht.sdu.nl/node/52905